Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/363

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
324
Schouburgh der
’T beurt zelden dat een geest den hoek te boven raakt.
Die in zyn arremoe naar wetenschappen haakt;

hem zyn toeleg scheen af te raden, greep hy egter moet, en zeide tot zig zelven: de spreuk zeit niet nooit, maar zelden, en wie weet of ik niet een van die ben, welke de Goden die gunst bewyzen willen. Lucas van Leyden, (als hem gezegt wierd dat Albert Duurer, door zyn Konst grooten opgang maakte en de zelve zeer hoog geroemt wierd) vraagde: Of hy geen Mens was? en als zy ja zeiden vervolgde hy: Waarom zou ik hem dan door yver niet konnen inhalen? Zulk zeggen is grootmoedig en pryslyk, en past een edle ziel. Maar laat nooit de Nyd in uw boezem huisvesten, maar elders begraven blyven.

De gelegentheit is een groot behulp voor de genen die zig tot de Schilderkonst of andere wetenschappen geneigt vinden. Waarom al van ouds deze spreuk: Elk heeft het geluk niet van Korinten te mogen bezoeken; onder de Grieken in gebruik was. Velen welke Ouders hadden die zig des verstonden, werden de konsten en wetenschappen als met de pap (gelyk het spreekwoord zeit) ingegeven, en zy vonden de voetsporen daar toe gebaant, om met wyde schreden tot hun geluk en roem te stappen, ’t geen anderen door akelige omwegen hebben moeten opzoeken. Dit geluk is den Fenix der Scheepschilderen,
WILLEM vanden VELDE, Willemsz. toegevallen. Hy werd geboren te Amsterdam in ’t jaar 1633, en van der jeugt aan tot de Konst geneigt, werd daar in aangespoort, en met geneigt-

heit