voorts met slagen naar zyn bed dreef.
Deze onvoorziene ontdekking veroorzaakte groote droefheid in hem, wyl hy zag dat het gansche werk, als het spreekwoord zeit, de bodem ingeslagen was, en hy geen noodklager had, dan meergemelden Glasschilder, die hem dog niet helpen konde. Maar wat gebeurt ’er na verloop van eenigen tyd tot zyn geluk? Een Lambert Jakobze, Mennonist, of Doopsgezind Leeraar te Lewaerden in Frieslant, komt te Kleef prediken en zyne Geloofsgenooten daar omstreeks bezoeken. Dezen beroemt om zyne welsprekenheit en ingetogen leven, gingen de Ouders van Govert Flink hooren; en waren boven maten gestigt door zyne predikinge; en hoorende dat deze hier benevens een berucht Konstschilder was, werden van geheele andere gedachten als voorheen, en besloten ter zelver tyd gemelden Lambert Jakobze te spreken; gelyk zy ook met hem over een kwamen, dat hy haren Zoon met hem mede naar Leewaerden, in zyn huis en onder zyn opzicht, de Konst zoude leeren.
Gemelde Flink heeft zedert dikwils verhaalt dat hem van al zyn leven geen blyder of aangenamer tyding ontmoet was, dan toen zy hem deze boodschap bragten.
Te Leewaarden gekomen vond hy Jakob Backer een geschikt en yverig Jongman tot zyn byslaap en gezelschap in de Konst, die met hem (na dat zy nu zoo veer gevorderd waren dat zy op eygen wieken konden vliegen) naar Amsterdam vertrok, daar Flink, wyl hy daar zeer welvarende bloedvrienden had wonen, ten eersten gelegentheit vont om proeven van zyn Konst te geven. Maar alzoo te dier tyd de handeling van Rembrant
Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/37
Uiterlijk
Deze pagina is proefgelezen
20
Schouburgh der
in