Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/372

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
333
Schilders en Schilderessen.

dingen, bekent konden worden. Ja men kon zelf aan hunne wyze van staan, en gaan, zien, welk een Turk, Parsiaan, Spanjaard, Fransman, Muskoviter of Duitsman was. Met zulk een naauw opmerken behandelde hy zyn Konstwerk. Ook wort verhaalt, dat hy, schoon alleen by zig zelfs zynde, als hy bezig was, praatte, als of hy met de voorwerpen redenwisselde. Elk went zig zoo al iets aan, daar hy in zyn yver geen agt op geeft, of niet van weet; gelyk Bamboots gestadig onder ’t schilderen zyn knevels omkrulde. Eyndelyk begaf hy zig naar Weenen in Oostenryk, daar hy voor Ferdinant den III verscheiden Konstwerken maakte; en van een onverwagte ziekte overvallen, stierf in ’t jaar 1640. Du Piles schryft dat hy te Vienne een Stadt aan den Donau, is gestorven.

KORNELIS KIK geboren te Amsterdam in den jare 1635, heeft van der jeugt af aan zich by zyn Vader die een fraay beeldschilder was, geoeffent. Hy zelf schilderde ook Beelden en Pourtretten, waar onder gevonden worden die zoodanig zyn uitgevoert dat den erf van ’t vel daar in na ’t leven is waar genomen. Maar wanneer de geneigtheit der Konstlievenden, tot het stilleven, en bloemstukken, toenam, en Jan de Heem inzonderheit daar mee breed voorwind zeilde, liet hy zig raden het bloem- en fruitschilderen ter hant te nemen, ’t geen hem wel gelukte, en ook groot voordeel gegeven zoude hebben, indien hy niet zoo traag waar geweest. Zyn vrinden, die hem tot naarstigheid aanmaanden, gaf hy tot antwoord: dat, als hy getrout waar, hy zyn doen meer beyveren zoude. Zyn oog viel op de Dochter van Spaaroog in de

Bank