zen zal. Doch hier in moet de voorzigtigheit maat houden, op dat zy door te lossen teugel niet verwildere, of door te engen breidel stugger worde, en uitspatte. Uit welk opzicht ik op het eerste lidt van ons voorstel zeggen kan: dat de voorzichtige opvoeding veel vermag. Dit heeft Lycurgus, wetgever van Lacedemon, zyn volk door een levendig voorbeelt willen te kennen geven. Hy nam (zeit Plutarchus in zyn Boek van d’Opvoeding) twee jonge Honden uit een nest, voedde die op, den eenen tot de Jacht, den anderen tot de Keuken. Wanneer hy de Lacedemoniers aldus aansprak: ô Lacedemoniers! de zeedeleeringen en opvoedinge maken de deugt, en dit zal ik u aantoonen. Hier op liet hy een ring slaan op de markt, en zette in ’t midden van den zelven een pot met bry, en een levenden Haas, en beval beide die Honden in ’t perk te brengen. Elk keek met verwondering toe wat hier van komen zoude. Als nu die Honden in ’t perk kwamen, liep de een straks naar den Haas, en de ander naar den Brypot, wyzende alzoo door een levendig voorbeeld hun hunnen plicht aan.
Zeker zulke voorbeelden zyn de rechte spiegels die nut zyn. Egter gaan zy zoo algemeen zeker niet in hun gevolg; of voorbeelden gegront op de spreuk: Natuur, gaat boven ’t leeren, gaan zekerder. Doch om my van eerst af, zoo hard daar niet tegens te kanten wil ik den Lezer noch een staaltje aan de hand geven om aan te toonen dat de opvoeding veel vermag.
Ik heb te Dordrecht wonende een Jonge Juffrou gekend, welker Vader een groot beminnaar van de Schilderkonst was, en uit dien hoofde zig geneigt vont zyn Dochter in die oeffening te doen onderwyzen, ’t geen zy (hoe ongaren) haar Vader
Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/374
Uiterlijk
Deze pagina is proefgelezen
335
Schilders en Schilderessen.
ten