zulke wel voor ’t meeste deel leerlingen van de laagste school zyn geweest, en geen hoogvliegers geworden zouden hebben; aangezien zy de Konst niet oeffenden uit enkele geneigtheit en liefde tot de zelve; maar ter liefde van hun zelf, en om het voordeel dat zy geeft. Ja ik maak my daar voor sterk: dat my weinig voorbeelden van groote mannen in de Konst zullen aangewezen worden, die, schoon zy gelt genoeg in de waerelt bezaten om altyd van te konnen leven, opgehouden hebben van schilderen voor het einden van hun leven.
Michael Angelo, had zulke zucht tot de Konst, dat, toen hy niet meer konde zien te werken, noch de schoone voorwerpen te Rome beschouwen, hy zig dikwils daar na toe liet leyden; om door ’t voelen en betasten van de zelve zyn Konstlust vernoeging te geven.
Lukas van Leyden kon zig van de Konstoeffening tot het eynden van zyn leven niet ontslaan, men vond noch een half afgesneden plaatje by hem op zyn sterfbed.
Pet. Paul. Rubbens, wanneer hy eenige jaren voor zyn dood een wyze van beroertheit in zyn rechter arm kreeg, waar door hem niet doenlyk was groote werken meer te schilderen, liet daarom niet af van die oeffening; maar schilderde na dien tyd, Lantschappen en andere kleine stukjes voor den Ezel, om dat dus kort by, zyn hand nog op den maalstok rustende, hy ’t penceel ter naauwer nood voeren konde. Ook zouden wy een menigten van onze fraaiste Nederlandsche meesters konnen opnoemen, die niet opgehouden hebben van de Konst te oeffenen tot het einden van hun leven, schoon uit hunne nalatenschap genoegzaam
Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/376
Uiterlijk
Deze pagina is proefgelezen
337
Schilders en Schilderessen.
II. Deel.
blykt
Y