Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/378

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
339
Schilders en Schilderessen.


Wy hebben aangemerkt dat al een groot deel der Konstschilders, welker levensloop en Konstwerken wy beschreven hebben, Italien bezocht, merkelyk hun Konst verbetert, en weder te rug in hun Vaderlant gekeert, preuven van hun verbetering aan elk hebben doen zien.
’T is een groot behulp voor die zig in de Konst willen oeffenen, schoone voorbeelden tot leyding te hebben, daar Rome vol van is. Maar de bevindinge heeft ons ook doen zien, dat ’er velen ook zoo wys van daan gekomen zyn, als zy ’er na toe waren gegaan, en daar alle die hulpmiddelen om verstandig te worden, en een goed oordeel te bekomen: namelyk voorbeelden van brave mannen voor oogen te zien, en toegang tot de Hoogeschool der konsten en wetenschappen te hebben, geene veranderinge of verbeteringe hebben konnen aanbrengen.
De slypsteen kan het mes wel slypen: maar de snee daar aan niet geven als ’er geen staal in is. De Lezer, al is hy geen Edipus, zal licht raden wat ik hier door te kennen wil geven.
Trage verstanden (zeit Cicero) vernoegen zig met lekende waterbeekjes, zonder naar de regte springaders, die alles voortbrengen, eens om te zien.
Een lage geest vernoegt zig met het geringste in de Konst te behandelen, en gevoelt geen prikkeling van den Roem, daar deftige mannen hunne krachten om hebben afgeslooft, om boven anderen uit te steken. Hy verheft zig nooit uit die laagte, en hy bekreunt ’t zig niet dat een ander meer weet dan hy. Waarom zulk een Ezels aard, niet kan bekwaam gemaakt worden tot groote bedryven. Men mag daar omtrent proef

ne-
Y 2