En des [1] Arents knasserbekken,
Ruster uit den slaap opwekken;
Die nog vaak’rig ’t Zoetgeluit
Van de Zakpyp, en de Fluit,
Keurt voor [2] Orpheus goude snaren,
Die de dieren deed vergaren.
Wyl de meeste Schilder [3] Jeugt,
’T nachjen over in geneugt
Kroezen zaten uit te veegen,
’T geen dat [4] Wellust onder ’t leegen
Ruim zoo smaaklyk in dien stant
(Als in ’t schoon Luylekkerlant
[5] Bryberg [6] Vlyt, en Gladbek) smaakte.
Schrobber, die ’t noch schap’lyk maakte,
Zat met [7] Slempop, Sukkelaar,
En de Lichtmis, paar by paar;
Daar zy slaap’rig uit de pullen
Zondergelt het [8] Korpus vullen.
[9] Moet, en Wekker stiet hun aan,
[10] Ram’laar sprak mee van te gaan
Doen een wandeling naar buiten;
Onverdagt dat daar uit spruiten
Zou zulk schrikkelyk [11] Tempeest:
- ↑ Matteus Terwesten Hage, Hist. en Sold. Sch.
- ↑ Filip vander Does.
- ↑ Monnaville Hist. Sch. van Antw.
- ↑ Paul Zeeschild. ook Maneschyne. van Antw.
- ↑ Gillis du Mont.
- ↑ Klaassens Hist. Sch. van Antw.
- ↑ Theodoor Visser.
- ↑ Arnoldus Quellinus, welke de marmere beelden op ’t Amsterdamse Kapitool gemaakt heeft.
- ↑ Hans Martyn Hoogduits. Hist. Schild. Dee. van Carel Lotti en Cavalier Daniel.
- ↑ David de Koning Vogels, Bloem. en ander stilleven Schild. van Antw.
- ↑ Pieter Molier van Haarlem.
Deze heeft nog een Zoon dat een braaf Meester is, en woont te Stokholm in Zweeden.