Het Noodlot luisterd naar geen kermen.
De Dood en weet van geen erbarmen.
Kort naa zyn trouwen had hy een groote schilderzaal met hooge ligten gebouwt, op welker bovenlyst de Borstbeelden der Keyzeren geplaatst stonden, vorder vele fraje afgietsels naar de geachtste marmere Antiquen, en tusschen beide met velerhande vremde gewaden, kleederen, harnassen, schiet- en steekgeweer behangen; als ook oude kostelyke fluweele, en andere met goud geborduurde behangsels die gekomen waren uit het oude Hof van den Hartog van Kleef: want hy was bezonder in de gunst van Willem Keurvorst van Brandenburgh en Hartog van Kleef, Grootvader des tegenwoordigen Konings van Pruissen, gelyk hy ook verscheiden stukken voor hem, (als ook zyn portret buitengemeen los en geestig, egter uitgevoert en dikmaal overschildert) gemaakt heeft, die den Vorst zoo wel bevielen, dat hy zyn portret met Diamanten omzet aan hem vereerde.
Hy genoot zedert ook veel vrintschap van Prins Jan Maurits van Nassouw Stedehouder van Kleefsland, naderhand Veldmaarschalk van dezen Staat, die hem ook dikwerf, wanneer hy te Amsterdam was, kwam bezoeken, ook zelf vergasten. Hy had ook de eer van in de gunst te zyn van vele voorname Heeren tot Amsterdam; en onder deze van de Heeren Borgermeesteren Kornelis, en Andries de Graaf, komende de laatste hem dikwils te zynen huize bezoeken; en by den eerst gemelden was hy zoo gemeenzaam in den ommegang, dat hy dikwils des avonds moede van schilderen, ongenood hem ging bezoeken. Ver-