Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/40

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
23
Schilders en Schilderessen.

mydende gezelschappen daar men onmatig dronk, kwam hy ook maar zelden in de byeenkomstplaats der schilders; en dan noch maar alleen, om dat het blyken zoude dat hy het niet versmaade, uit grootsheid.
Anderzins was hy van een vrolyken aart, en schoon hy zyn vermaak genoegzaam alleen in de Konst schepte was hy niet wars van gezelschap: maar ontfing de genen, die hem kwamen bezoeken, minnelyk, voornaamentlyk luiden van verstand en kennisse, die hy gaarne (schoon hy ongelettert was) hoorde redenvoeren.
Wanneer hy des Sondags zyn Kerkpligt waargenomen had, besteedde hy het overige van dien dag, om Konstenaren of Konstlievenden te bezoeken, en wel voornamentlyk de Heeren Ontfanger Uittenbogaart, en de Schepenen Pieter en Johan Six, die naderhand vele treffelyke Italiaansche Schilderyen en ook uitnemende papierkonst bezaten, gelyk hy zelfs ook een goet getal van Schilderyen Teekeningen en Printen van de beruchte Italiaansche en andere Meesters opgegadert had, welke byzondere wyze van yders behandelinge hy niet alleen met een konstkundig oordeel menigmaal beschoude, maar ook het schoone wist uit te keuren en tot zyn gebruik te maken. Van deze Konst, wanneer die naar zyn dood verkogt wierd, zyn wel ontrent twaalf duizent gulden voort gekomen.
In zyn Weduwenaarsstaat schilderde hy noch twee Korporaalschappen van Schutters, waar van het eene nu nog te zien is op de groote zaal nevens den Schoorsteen op de Kolveniers Doele tot Amsterdam. Doch zyn geest geneigt tot grooter ondernemingen en aangespoort door de Konst van

Rub-
B 4