Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/44

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
27
Schilders en Schilderessen.

de zelve van zynen Vader overgeerft hebbende, heeft by een vergaderd een Zaal met de uitgelezenste Konststukken van oude Italiaansche Meesters, als Titiaan, den ouden Palma, Permens, Carats, Guido, N. Ponzyn, als mede van A. van Dyk, Rottenhamer, P. Bril, de Ridder vander Werf enz. En tot meerder luister heeft hy daar tusschen nog geplaatst verscheide oprechte marmere Antique statuen; wel eer gekomen uit de Konstkabinetten van den Hartog van Buckingham, de Heeren Reinst, en Borgermeester Six. In welke te beschouwen hy, (nu ontrent 70 Jaren oud geworden) zyn grootste vermaak vind. Gelyk mede in zyne met yver vergaderde Italiaansche Teekeningen, en wel de beste uit de beruchte Kabinetten van de Heeren van Bergesteyn, en Zuylichem. Gemelde Heer Nicolaas Antoni Flink heeft meermaal tegens zyne vrienden verklaart dat hy moede geworden in zyne bezigheden, omtrent zaken van meerder gewicht, nergens meer door verfrist wort, als met het doorzien van de eene of andere zyner Portefolien met teekeningen; waar naar hy zyne afgebroken bezigheden, als uitgerust, weder hervatten kan.

Achter hem verschynt de fraaje Landschapschilder PIETER PIETERZE NEDEK, zyn Jaargenoot. Doch ik weet van den zelven niet te zeggen, als dat hy een leerling van P. Lastman, een Amsterdammer van geboorte, en omtrent 70 jaren oud (noch ongetrout zynde) gestorven is.

LATOMBE geboren tot Amsterdam in den jare 1616. Was van Reislust bevangen. Des reisde hy naar Romen daar hy in’t oeffenen van de Konst een geruimen tyd doorbragt. In de Bent werd hem ten bynaam Stoppertje gegeven; om

dat