kenen. Hy zag het Zeegevegt aan, en stevende naar den slag in de Maas.
Toen de Vrede met Spanje gesloten was nam hy, verzelt met den Admiraal van Dorp en den Heer van de Corput van Dordrecht, een reis naar Brabant aan, en in den jare 1651 in gezelschap van de Heeren Paffenrode en den Fiscaal vanden Broek naar ’t Land van Luik, en Keulen.
Zeker zulke speelreizen zouden den plaizierlustigen graag maken, zoo zy verzekert waren dat Jupiter hun by wylen wat goude schyven, ongetelt (als hy de Oppaster van Danaë deed) in de vuist zou stoppen, om de Waarden te betalen.
Eindelyk werd onze Schagen (na dat hy viermalen Fabrykmeester of Bouwheer van zyne geboortestad is geweest, en toen Weesmeester was) van een doodelyke ziekte beloopen, die zyn levenslamp uitbluste op den 18 van Grasmaand 1668.
Van zyn penceelwerk is weinig hier te land te zien; aangezien hy (als het spreekwoord zeit) niet om den broode schilderde, en maar twee van zyne Bootseersels zyn onder zyne nabestaande voorhanden, waar van het een zyn eygen Afbeeltzel is.
Hoe velen door zeldzame toevallen tot de Konst zyn gekomen, daar van heeft van Mander verscheiden stalen geboekt. Kwintyn Messys een Smit zynde verliefde op een meisje, dog vond een medevryer die een Schilder was hem in den weg, waarom hy door nayver gespoort, zig tot de oeffening der Konst begaf, en een groot Meester geworden, door dat middel zyn oogwit bereikten.
Marten Heemskerk een boere Zoon, dragende een emmer met melk, struikelt en stort de melk,