Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/52

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
35
Schilders en Schilderessen.

ten) N. Berchem geleert, te gelyk met Jakob Ugtervelt, die zig alleen genoegde dat hy natuurlyk en uitvoerig kleine gezelschappen van Juffertjes en Heeren, of een Vroutje dat zit te naajen, of te speldewerken schilderen konde, zonder veel doorzichtkunde tot zyn agterwerken te gebruiken, ’t geen een maatkundig oordeel en naauwe opmerking vereischt.

Tot den Jare 1604 heeft van Mander, van Hend. Goltzius, (zynde toen een man van 46 jaren) en zyn waarde Penceel en Graveerkonst naar verdienste gesprooken.
De agting die ik ’s mans werk toedraag, en de wyze van schryven die ik my heb voorgestelt, gebieden my ook de gedagtenisse van ’s mans sterftyd op ’t jaar 1617, door het vertoonen van zyn Grafschrift te gedenken.

EPITAPHIUM.

M. S.

HENRICO GOLTZIO, VIRO INCOMPARABILI, CHALCOGRAPHO EXCELLENTISSIMO, PICTORI CELEBERRIMO, ATEVE ADEO OMNIS ARTIS GRAPHICÆ PERITISSIMO, MARGARETA JOH. FIL. MARITO SUO CONJUNCTISSIMO, CUM QUO HARLEMI VIXIT ANNOS XXXVI. ET FRATRI SUO CARISSIMO JACOBUS GOLTZIUS MONUMENTUM HOC FIERI CURARUNT.

JACO-
C 2