Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/54

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
37
Schilders en Schilderessen.

be de Schryvers van Delft, Gouda, Leyden en Amsterdam, welke genoegzaam getoont hebben (het geen aan hunne wyze van schryven te zien is) dat zy byzondere agtinge voor de Konstenaren, en hunne roemwaardige werken hadden, en dat het een eer hunner Stadt was Konstenaars te hebben voortgeteelt. Maar wat nut geeft het dat Sam. Ampzing een gansche lyst van Konstschilders met hunne enkele namen even als Aterlingen, en of zy Moer nog Vaar gehad hadden optelt? had hy ten minsten, als men in de Godshuizen nog wel doet, het jaar hunner vondelingschap aangeschreven, men had nog iets tot aanleiding van verder onderzoek gehad. Ongelukkige Lievelingen van Pictura! was het den Schryver niet eens de pyne waard, dat hy om uw eens de pen versnee? Had hy dan maar zoo veel van u, als van de Weevers en hunne Weevery gezeit, zoo had ik u by de Konstschilders een plaats konnen inschikken. Want van hun en hunne beroemde werken melt de Schryver op pag. 342, dus: Daar werd in ’t Jaar 1598 een stuk Lynwaat tot Haarlem voor[1] 14 Gulde de Vlaamsche Ell verkogt om naar Vrankryk te ver-

zen-
C 3
  1. Voor XIV Guld.) ’t Verdient verwondering als men daar by eens bedenkt, in wat waarde dat om en ontrent dien tyd het geld geschat wierd. Dit is aan dit eene staal te zien, namelyk
    De Copie van eene Acte, aangaande eenige Wedden, Emolumenten, ofte voordeelen voor den Rectoor van ’t Groote School, uit de Byscholen Ao. 1569.
    Wy Borgermeesteren Schepenen en Raden der Stadt Haarlem, doen te weeten eenen iegelyken dat wy geadmitteert en toegelaten hebben, gelyk wy admitteren enz. mits dezen Hendrik Dirksz., om binnen de voorschreve Stede te mogen houden Byschole. In zulker voegen nochtans, en met konditie; dat hy de Jongens, die hy tegenwoordig heeft, en na dezen tyd meer aannemen zal, gehouden zal zyn by den Rectoor van de groote School