vinden; die zig zoo breed over ’t Wevers ambacht uitlaat? maar wat mag ik zeggen van Wevers ambacht? ik zou het Eerdicht op de Wevery gemaak in ’t jaar 1580, (en op een der hoofdpylaren van een der Kerken tot Haarlem met groote vergulde letteren geschreven) daar door te kort doen; dewyl het met aangewezen Texten uit de H. Schrift toont dat het een Konst is. Wy hebben om ’t oud Referein ’t der klucht waardig geagt om naa te schryven.
In Moyses tyden over menige jaren
Heeft die Konste van Wevery al gefloreerd,
[1] Bezaleel en Ahaliab getrouwe dienaren
Door Gods geest gedreven hebben ’t zelfs geuseerd.
Gevorderd, benaarstigd, ook daar mede gestoffeerd
’s Heeren Tabernakel (zoo staat ’er geschreven)
Alderley sydwerk Konstig gefatsoeneerd
Is eerst deur den spoel doen verheven.
En behalven deze ging ook tot het Weven
[2] Tobias Huisvrou, om haar kost te winnen
Met haar handen, zonder haar te begeven
Tot loch of bedroch zo wy bevinnen,
En noch meer andere, die wel konden verzinnen
Dit Godlyk gebod (datmen wel mag groot heten)
[3] In ’t zweet uws aanschhyns suldy uw brood eten.
Had onze Schryver nog van diergelyke Weverye en Weefwerken gesproken, waar van boven in ’t rym gemelt word, ’t waar eenigzins te verschoonen; schoon die behandeling maar een hantwerk, en geen konst genoemt mach worder, want de