Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/60

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
43
Schilders en Schilderessen.

beminden, en dit is ’er de proef of, dat hy in den Jare 1643 als Willem de tweede. Prins van Oranje naar Engelant ging om met de Dochter van Karel den eersten te trouwen, met hem mee overscheepte. Dezer beeltenissen maalde hy zoo konstig af dat zy yder der Hovelingen bevielen, en hy daar op straks van den Koning voor zyn Hofschilder wierd aangenoomen.
Of hy nu na de dood van Karel den eersten, of onder de Regeering van Ol. Kromwel aan ’t Hof gebleven is, dan of hy in dien tyd weder in Hollant geweest is weet ik niet, maar wel dat Karel de tweede, zoo haast hy tot de Kroon gekomen was, hem voor zyn dienst 4000 Guldens ’s Jaars toeley, en hem naderhant Ridder sloeg, en Edelman van zyn Bedkamer maakte.
Verscheiden van die welke in Engelant omgang met onzen Lely gehad hebben hebben my verhaalt: dat hy hoflyk leefde, dat hy ’s morgens laat opstont, en niet voor negen uuren ging schilderen, dat hy verscheiden knegts en kamerdienaars had, waar van ’er een aanteikening hield, wiens beurt het was om te komen zitten: zoo dat wanneer een Dame, of wie het ook zyn mogt, op haar beurt niet kwam, moesten de zelve daar voor zoo lang weer wagten tot dat de geheele rol afgeloopen was, om weeder een beurt te krygen. Hy schilderde van ’s morgens ten negen uuren tot naarmiddags ten vier uuren, wanneer hy ging spyzen: zelden zonder bezoek; want hy altyt voor twaalf menschen liet opdissen, daar zyne kennissen of vreemden die iets met hem te verrichten hadden vrye toegang vergunt wierd, wordende onderwyl in een ander vertrek konstig gespeelt en gezongen.

Hy