KAREL van SAVOYEN, is geboren te Antwerpen in ’t jaar 1619. Hy schilderde meest kleine beeldjes, uitvoerig en zoo natuurlyk, dat K. de Bie hem onder de bloem der Brabantsche Konstschilders telt.
Ik vind in de Dichten van Jan Vos van een zyner Konststukken (verbeeldende Adonis door Venus van Diana ontschaakt, in de zaal van den Heer Willem Blaau) dus gemelt.
Diana wordt Adoon, in schyn van Blaau, ontschaakt:
Want Venus, vol van list ontziet geen slaapende oogen.
Op. Jagtgodin, eer u nog grooter ramp genaakt.
De zorgelooze slaap wort ligtelyk bedroogen.
PHILIPS de KONING geboren tot Amsterdam in ’t jaar 1619, op den 5 van Slagtmaand, heeft de Konst geleert by den vermaarden Rembrant van Ryn.
J. van Vondel verscheidenmalen door hem naar ’t leven afgeschildert, maakte op zyn eigen Afbeeltzel dit nevensgaande vaarsje:
Zoo schildert my een Konings handt
In ’t kleen, terwyl ik ’s Konings snaren,
En heilig Harpgezang, en trant
Vast volge, in top van ’s levens jaren,
Een min dan seventigh. Wat is ’t?
Nog min dan verf, een damp, een mist
Dus ook Jan Vos op dezelve Beeltenis:
Nu Koning Vondel maalt, den Koning der Poeëten,
Is hy ook Koning in het treffen van zyn beeldt.