Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/78

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
61
Schilders en Schilderessen.

Traciers den Krysgod Mars in hunne Standertvanen.
Ten tyde van Pompejus voerden de Romeinen in hunne legervanen een Leeu, in naarvolging van de [1] Armeéners, ’t welk ook van de eerste bewoonders van deze landen, de Gaulen en Saxen is overgenomen. Naderhand is de [2] Leeu met een schilt het gemeen veltteeken der Graven van Holland geworden, het welke [3] Broer Jan van Leiden, zeit: Dat van Puppyn Koning van Vrankryk aan Diderik van Aquitanien den Voorzaat van Diderik den I. Graaf van Hollant, ter geheugen van zyn afkomst, tot een wapen zou gegeven zyn.
De Trojanen voerden in hunne Veltbanieren een Zwyn.
De oude Gotten een Beerinne.
De Alanen, toen zy Spanje overweldigden, een Kat.
De Scyten Draken en andere verschrikkelyke gedrogten, en de Romeinen onder Trajanus van gelyke. Tot al dit heb ik geen ander bewys, dan dat Fr. Junius, S. van Hoogstraten, Wilh. Goeree, en anderen my dat zoo hebben voorgezeit, zonder nader bestempeling: nochtans houde ik het daar voor; dat zy ’t zelve van oudentydschryvers hebben ontleent, geenzins dat zy ’t zouden hebben verdicht.
Die de oudtydsche gedenkschriften doorsnuffelt

heb-
  1. ↑ De Armeners voerden ook by wyle een Ram in hunne Veltbanieren.
  2. ↑ Leeu) Rood, op een vergult schiit. Lazuurblaau getongt en geklaaut.
  3. ↑ Kron: Lib. 6. Cap. 6. Pieter Schryver in zyne Inleiding tot de Grave van Hollant. Pag: 61, en Sim. van Leeuwen. Lugdu. Batav, pag: 420.