Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/79

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
62
Schouburgh der

hebben, weten dat by geen Volken de afgoden in zoo menigvuldig getal bekent waren, en geëerd wierden als onder de oude Romeinen; aangezien die met de verwinnaars uit de buitenlanden over gebracht wierden. Niemant zal aan myn zeggen twyffel slaan, wanneer hy ziet dat de beeltenissen van Serapis en Isis, niet alleen op de geldmunt van Antoninus Pius, gezeit, Karakalla, die mede in Egipten is geweest, gestempelt staat; maar dat ook Julianus zyn troonybeeld onder de gedaante van Serapis en Isis, in alle Vaandels en Krygsteekenen invoerde; om (als Zozomenus zeit) die door list en bedriegery onder de Borgerlyke eerbewyzing aan ’t beelt des Keizers (dat zonder schandaal niet mocht nagelaten worden) de Kristenen, ’t zy wetende of onwetende, ook Serapis, Isis, en de andere afgoden te doen eeren, of alzoo aan een tweederleye bedraaitheid, ’t zy van Afgodendienst, of van Keizerlyke Eerversmading in te wikkelen. Zie de penningverbeelding met het opschrift Deo Serapidi aan den God Serapis, by Oudaan pag. 254 in Tab. 2. vertoont.
Aangezien de Romeinen geneigt waren om zulke gebruiken van andere volken over te nemen, zoo komt het ook daar van daan datmen zoo menigerhande beeltenissen en merken in hunne legervanen ontdekt.
De Persianen hebben al van oude tyden den [1] Arent onder hunne krygsversieringen gehad. Gelyk Xenofon van Cyrus, en Kurtius in ’t leven van Darius te kenne geeft. Dit was onder de Romeinen het algemeen en voornaam Legerteeken. Kajus Marius (zeit Plinius) heeft in zyn tweede Borger-

mee-
  1. Arent) of een Boog, en Bondel pylen.