Naar inhoud springen

Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/80

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
63
Schilders en Schilderessen.

meesterschap aan de Roomsche Legioenen den Arent opgedragen. Zy was daar te voren het voornaamste met vier andere, als de Wolf, de [1] Minotaurus, het Paart, en ’t Wilde Zwyn, die alle voor uit gingen: weinig jaren te voren plag alleen de Arent in ’t legervoerend Heir gebragt, en de andere in de Legerbeschansingen gelaten te worden.
De Konstantynen zoo Vader als Zoonen voerden in hunne Legervanen de Grieksche letteren X en P door malkander gevlogten, als in de Byprent i, te zien, beteekenende den naam van Christus. Gelyk Oudaan dit beweert tegen de genen, die de gedaante van het Kruis van Kristus daar uit hebben willen opspeuren, in zyn Roomsche Outheeden pag. 506, en Lud. Smits in zyn Graafelyke Sinnebeelden p. 26.
Dat nu de Romeinen onder de Konstantynen, in stee van de oude Keizerlyke Veltteekenen den naam van Kristus in hunne legervanen voerden, zulks bevestigt Prudentius, daar hy zeit:

Het purp’re Vaandel droeg, met blinkend goud doorweven,
Tot Teeken Kristus naam, te midden in geschreven
.

Deze verandering sproot uit het gerugt van Konstantyns luchtgezicht, het geen de Spanjaarden naderhand in de Beeltenissen van Heiligen verandert, hunne Standaarden en Vaandelen met een lieve Vrouw, een St. Joris, of ander sant be-

maalt
  1. ↑ De Minotaurus, of ’t Stierenkind van Pasifaé, dat in den Doolhof van Dedalus zyn verblyf hadde, was, zegt men, onder de Roomsche Krygsteekenen; om te kennen te geven, dat even alzoo de Raadslagen der Oversten moesten onuitvindelyk zyn.