| 3 Hoofdbanier. | ||
| H. | G. | I. |
| BENYAMIN, | EFRAIM, | MANASSE. |
| 4 Hoofdbanier. | ||
| L. | K. | M. |
| ASER, | DAN, | NEPHTALI. |
En wilt gy de koleuren der Banieren weten, omze van den anderen te doen onderkennen; Sam. van Hoogstraten heeft daar onderzoek na gedaan in zyne Zichtbare Waerelt op pag: 156.
De dappereen strydbare Macchabeen, een Adelyk geslacht uit den stam Levi gesproten, kantte zig (na dat de gansche staat der Joden door Antiochus scheen te grond te gaan) tegen dien geweldenaar in openbaren Oorlog; om ’t verval der Joodsche zaken te redden. De eerste die daar de hand aan ley was Matthatias, gesterkt met vyf dappere Zonen, van welke Juda wel de Heldhaftigste Hoofdman was. Deze voerden in hunne Krygsbanieren de letteren א M ב C ב B. 1. zynde de beginletteren van de Hebreeuwsche woorden Exod. 15, vs. 11. ô Heere, wie is als gy onder de Goden? Gelyk zy hier door ook den naam van Macchabeen gekregen hebben. Zie W. Goeree, Kerkelyke en Waereltlyke verander. p. 69.
Hier mede zullen wy eindigen. Dog zoo wy komen te bemerken, dat onze vlyt dies aangaande den Konstoeffenaars genoegen geeft, zullen wy licht wat breeder op een ander plaats in het betogen van diergelyke dingen (aangezien dat dit nog maar, als het spreekwoort zeit: Om den kant heen gepraat is) uitweiden.
Zeker zoo een Konstschilder mogt wanen dat zulke kundigheden van geen nut zyn, en dat het