beminnaars by Wouwerman om ’t zelve te zien, en liet Bamboots muffen, zeggende: (onder schyn als of Bamboots dit van hem afgezien en nageaapt had) Men wil het doch al van de zulken hebben die te Rome geweest zyn enz. Deze spyt konde hy naar ’t schynt niet versetten, maar zy vervoerde hem tot wanhoop en eindelyk tot een schandige dood.
Dit kwam de Wet niet zoo haast ter ooren of hy maakte zig voor Wouwerman Meester van zyn Koffer met Modellen, Teekeningen en Schetzen, eer iemant de Neus daar in stak, van welken kostelyken voorraad (des eenen Dood is des anders Brood) Wouwerman zig wel heeft weten te bedienen, zonder dat ymant wist hoe hy ’er aan kwam. Dit waren nu de Teekeningen waar van ik gemeld heb, die hy op zyn stersbed leggende voor zyn oogen deed verbranden; op dat de Warelt niet weten zoude na zyn dood, met wiens kalveren hy geploegt had.
Dus heeft het den Konstschilder Roestraten die Bamboots, Jan de Wet, en Wouwerman gekent en omgang met de zelve gehad heeft, aan Michiel Carree (in Engelant zynde) verhaalt. En ik geef het weder zuiver over, voor den zelven prys waar voor ik het ontfangen heb, zonder daar iets af, of toe te doen.
Philip had ook twee Broeders Pieter en Jan die nevens hem de Konst oeffenden.
Pieter verbeeldde veeltyts, Stalletjes, Pleisterplaatsen, inzonder Valkejachten te Paard met Juffertjes, dat aangenaam en voor elk bevallig is. De Paartjes en Beeltjes wel geteekent, uitvoerig en net genoeg geschildert, doch niet zoo krachtig los, en teekenagtig getoetst.
’T gaat met de Konst, als met Reizigers die
Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/94
Uiterlijk
Deze pagina is proefgelezen
75
Schilders en Schilderessen.
een