deling hy zoo even eens wist na te bootzen, dat men tusschen die van hem en zyn Meesters stukken geen onderscheit konde zien. Waar na hy by zig zelf de Konst voort oeffende, en veel fraje stukken in dien tyd schilderde.
Met zyn 18 Jaar trouwde hy met de dochter van den Lantschapschilder Gillis Hondekoeter, den Grootvader van Melchior Hondekoeter, die uitmuntende was in ’t schilderen van allerhande Vogelen.
De reislust die hem van jongs af aan in ’t hooft gemaalt had, en waar van hy eerst door zyn Moeder, naderhand door ’t trouwen belet werd, groeide zoo sterk aan, dat hy (niettegenstaande hy vier Jaren getrout was geweest, en een Zoon had van 14 Maanden, die nog leeft) voornemens wierd, om in der stilte, en zonder daar ymant, ook niet zyn eigen Vrouw, kennisse van te geven, daar te gaan. Gelyk hy ook vervolgens deed.
Zyn Vrouw die hem miste, en nergens konde opspeuren waar dat zy ook naar hem omhoorde, werd achterdenkende, om dat hy dikwerf getoont had groote geneigtheid te hebben van Rome eens te zien. Dus maakte zy verscheiden van zyne vrienden op, om door de Steden van Hollant, nazoek naar hem te doen, die hem eindelyk te Rotterdam aantroffen, en hem zoo veer bepraatten, dat hy met hun weder naar Amsterdam scheepte, onder beding dat hy maar behoorlyk afscheit wilde nemen.
Dit stuk ging aan, onder wederbeding dat hy niet langer dan vier maanden soude uitblyven: dog heel noode, en tot groote droefheit van zyn Moeder en Echtgenoot. Maar deze vier maanden verwisselden zig in vier Jaren, aangezien hy om zyn groot
Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/97
Uiterlijk
Deze pagina is proefgelezen
78
Schouburgh der
ver-