Pagina:De Nieuwe Courant vol 006 no 067 Avondblad.pdf/1

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

RECHTSWEZEN.

iet | J Advocaat-generaal mr. Reifsma vorderde in ib- de zitting; van bet gerechtshof alhier4 maanden i !?.' ?®TanSenisstraf tegen een grondwerker te i * Giesendam, beklaagd van verwonding te Neder- s nt Hardraxveld onder de gemeente Hardinxveld, et waarvoor de rechtbank te Dordrecht 6 weken 1 oh gevangenisstraf had opgelegd, or Een tweetal getuigen werden nog ten verzoeke id van beklaagde gehoord ; beklaagde ontkende de et verwonding te hebben toegebracht. ? a- Ook werd (bij verstek) geëischt 7 dagen ge- b ig vangenisstraf tegen een sjouwer te Leiden 0 ts wegens desertie; bekl. zou zich namelijk ten re overstaan van den waterschout te Katwijk als matroos hebben aangemonsterd voor de haringig visscherij, doch was bij de afvaart van de schuit e- niet tegenwoordig; de Haagsche rechtbank sprak hem bij gebrek aan bewijs vrij. Bevestiging werd geëischt van het vonnis der Haagsche rechtbank, waarbij een koopman te dezer stede tot 1 maand werd veroordeeld wegens diefstal van f2.55 uit eeu kantoor aan ia de Dunne Bierkade alhier. oj :e Advocaat jhr. mr. F. G. W. J. Backer vroeg g> a- een lichtere straf. 6 w Te“ s,otte vveid bevestiging geëischt, eveneens 20 ' van ,he‘ vonnis der Haagsche rechtbank, een P' zeevisscher te Scheveningen veroordeeleud tot ' d weken gevangenisstraf wegens mishandeling w * van een vrouw te Scheveningen, bij een op- *0 n stootje aldaar. 1 11 , ^.r‘ ,de Mos, advocaat te Scheveningen, ^ pleitte vrijspraak, subsidiair het opleggen van lij '* van een kleine geldboete. zi r' Uitspraken 22 Maart a.s. Q, “ ■!< I ks

Voor de rechtbank te Haarlem stonden gis« teren terecht de 21-jarige H. J. de V., wonende te Watergraafsmeer, en de 20 jarige J. C. V. te Amsterdam, terzake van diefstal met braak ia de villa Kureekduin ie Ëloemendaal. De beide jongelieden wilden naar. Amerika en zoolitua langs dezen weg aan geld te komen. In den avond vam den 8sten Januari braken ze in de genoemde villa in, die toen tgdeltjk onbewoond was, daar de bewoners (de familie Waller) op reis waren. Door het raampje van het privaat klommen ze naar binnen, trapten een ^eur in, die den toegang tot de eetkamer afsloot en ontvreemden twee pendules, een zilveren tafelschel, 18 zilveren vorken en 19 zilvereu lepels. De pendules en de tafelschel werden in de duinen weggeworpen, de lepels en vorken werden te Amsterdam beleend voor f150, De beklaagden bekenden het bun ten Jaste gelegde en toonden veel berouw. Uit het verhoor bleek, hoe brutaal deze hee* ren te werk zijn gegaan. Toen ze in de villa ingebroken hadden, werden ze gestoord door een courantenlooper, die nieuwjaar kwam wenschen. Een der dieven opende de deur en beloofde den man een fooitje, wanneer mevrouw weer thuisgekomen zou zijn. De substituut-officier van justitië'eischtte tegen elk der beklaagden I1/2 jaar gevangenisstraf met aftrek der preventieve hechteuis. De verdediger, mr. Langhout, drong aan op een lichtere straf. r Uitspraak 15 Maart a.s. Landbouw en Visscherij.

e MHUMUMn Uil VIOOÜIICIIJ, u 11 ~~ ■ ” —■ j- Voor de vacante betrekking van secretaris . ,eD Bond van coöperatieve Zuivelfabrieken in friesland — aan welke betrekking een jaar„ wedde -van f2500 verbonden is — hebben zich n 77 sollicitanten aangemeld. e 1 INGEZONDEN STUKKEN.

? wiuonuL -eer — ten Buiten verantwoordelijkheid der Redactie. ene Van ingezonden stukken wordt CU koyy nift die teruggegeven. de ang ®ld Hegrips-philosopUle. urt snd Mijnheer de Redacteur, |uj. Misschien wilt gij ook het volgende „voortrdt zeggen • Ifn’ j »Eine seltsame und unwürdige Definitfon ’ aer Philosophie, die aber sogar noch Kant .en giebt, ïst diese, dasz sie eine Wissenschaft en, aus blossen Begriffen ware. Ist dooh das nj* ganze Eigenthum der Begnff'e nichtsAuderes, jfi ü 8 Wa,‘ darin niedergelegt worden, naoli' . 1 dem man es der ansehaulichen Ei kaumi,®* ig- abgeborgt und abgebettelt hatte, dieoee wirkhehen und uuerschöpflichen Quella „®n aller Einsicht. Daher litszt eine ware Phi. ’ losophie sich nicht herausspinnen aus iet bloszen, abstraklen Begriffen; sondern rl» musz gegrüiidet seyn auf Beobachtunir in und Ertahrung, sowohl innere, alsüuszere. J Auch nichtdurchKombinationsversuche mit se- Begriffen, wie sie so oft, zumal aber von De de" önpb'ften unserer Zeit, also vod Fichte ei und Schelling, jedoch in gröszter Widerei- whrtigkeit von Hegel, daneben auch, i„ der Moral, von Sehleiermacher ausgeführfc . ® £”r,den s‘“d. ™rd etwas Rechtes in dor Philosophie geleistet werden.” ar ir- SCHOPENHAÜEB. el . „Die andre Idiosynkrasie der Philosophen sn ist nicht weniger gefahrlich: sie besteht er darin, das Letzte und das Erste zu verwechseln. Sie setzen das, was am Eude d, komnit — leider 1 denn es sollte gar nicht 01 kommen.' — die „höchsteii Begiiffe”, das is Jieiszt die allgemeinsten, die leersten Be□s grifte, den letzten Rauch der vei dunstenden s- KealitSt an den Anfang als Anfang.” g® Nietzsche. et Wat is Natuur? Natuur is een woord, een naam, door deD rakken) SeSeV®n aan zekere ziJDer waarnet j Aan welke waarneming(en)? n Veelal aan al het zinnelijk waargenomen n wordende (het zijnde en de verandering daare in), voor zoover dat niet, als gevolg van men’* scheJijk denken, doelbewust, is beïnvloed. ’ Gesproken wordt dan van naluur en natuurn lijk, in tegenstelling van kunst en kunstmatigc , e Er 20° er echter, die evenals Goethe, ook dit menschelijk deuken en de daaropvolgende doelbewuste handelingen, als een „stuk natuur” j opvatten, en dan met Goethe zeggen : = «Natur hat weder Kern noch Schale, Alles ist Sie mit eiuem Male.” 1 i- ®r °’ a’ ook’ d'e »al'es buiten de stad liggend en voorvallend”, Natuur noemen. } Prof. Bolland zegt: 1 „Aan de natuur is nafuurlijk, dat is vanzelf 1 haar. a,gen begrip d« waarheid, dat de natuur op zichzelve geene waarheid heeft”, met dit , gevolg, dat, hadde ik vroeger niet geweten wat natuur was, ik nu nog even wijs . zou zijn. Ik schrijf dit daaraan toe, dat door ' Prof. Bolland, ter verduidelijking van het begrip . „Natuur , niet anders dan andere „begrippen” , worden gebruikt, die op zichzelf weer verduidelijking eischen. 1 ,..^e zuüen iemand iets des te meer verduide» 1 lijken, naarmate we het hem meer, als voor dö zinnen waarneembaar, kunnen voorstellenGebruiken we ter verduidelijking van een begriy slechts andere begrippen, dan loopen we ve« kans niet verder te komen: ook al is hetgeei

we zeggen, juist. Een enkel voorbeeld, om aan te toonen, hoe men uitgaande van een „begrip”, voor een verstandsverlegenheid kan komen te staan, volge hier nog. Op blz. 10 van „liet Verstand en zijne Verlegenheden, proeve van inleiding eener leer van zuivere Rede, door G. J. P. J. Bolland, hoogleeraar der wijsbegeerte te Leiden”, staat het volgende: „Wie aan een verstandig menseb de vraag voorlegt, of twee mensehen, wanneer zij hetzelfde zeggen, wel inderdaad hetzelfde zeggen, moet hem met noodzaak in verlegenheid brengen. Zijne verstandigheid verbiedt hem ja en neen te antwoorden tegelijk, en zij doet haar best, om, zooals dat heet, hare gedachten uit elkander te houden; geneigd is zij daarom, hem neen te doen zeggen, doch ook de verstandigste onzer beseft, dat een ontkennend autvveord zonder meer in dezen eigenlijk de verloochiag inhoudt van alle gemeenschap der geesten, en zoo geraakt dan „da verstandige” in verlegenheid.” Hij, die weet dat „hetzelfde” op zich zelf geen beteekenis heeft, dat het beteekenis ontleent aan onze waarneming (zinnelijk of denkbeeldig), dat het een naam is gegeven door ons aan zekere onzer waarnemingen, zal er niet toe komen een dergeiijke onverstandige vraag te stellen; onverstandig wijl het woord „hetzelfde" in die vraag in twee verschillende beteekenissen wordt gebruikt. Boude het ontdekken of opsporen van zulke „verstandsverlegenheden" voor wijsheid, wie wil; ik niet. J. J. JUURSEMA. Voorschoten, 8-3-06. Advertentie

litNummerbesfaat uitACHT bladzijden. AVONDBLAD. I

1 .. 1 . ■J.-i.. '—v Zij, die zich met 1 April a.s. op Dg Nieuwe Courant abonneeren, ontvangen van heden af tot dien datum de courant gratis. DE ADMINISTRATIE, PLAATSELIJK NIEUWS.

- - w m m ’w. ■ _ Uit de Residentie. H. M. de Koningin zal hedenmiddag ont* vangen den Franschen gezant alhier, den heer De Monbel, tot het overhandigen van het eigenhandig schrijven van den heer Faillières aan Hare Majesteit, houdende kennisgeving van zijn verkiezing tot President der Fransche republiek. In het hotel Den Ouden Doelen zijn aangekomen Z. Exc. Lou-Tseng-Tsiang, de nieuwe buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister van Z. M. den keizer van China bij het Nederlandsche hof, vergezeld van den heer Woo, attaché, en den heer G. Harford. _ * De werkzaamheden voor aanleg van tramlijn 6 (Holl. Spoor—Vaillantlaan—Plein) zijn in vollen gang. De grootste moeilijkheid daarbij is het leggen van een nieuwe verbreede en versterkte brug over de Singelgracht bij de gedempte Brouwersgracht en het Hoogezand. De opritten naar die brug, zoowel van den kant van het Om-en-Bij als van de zijde van den Zuid-Binnensinge), bestaan uit hellingen van tamelijk groote lengte, die van 1 op pl.m, 75 c.M. oploopen. Het gevolg is dat de straat met het ondergedeelte der daaraan gelegen huizen, beneden dien zooveel hoogeren muur komt te liggen, dus in een laagte, die het aauzien van de straat daar ter plaatse geheel verandert. De tram zal uit de Hobbemastraat langs ' Om-en-Bij in rechte lijn naar de brug rijden. Reeds hebben zich, naar de H. C t. vernam, | een 150-tal ingezetenen voor aansluiting aan de gemeentelijke electrische centrale aange- j meld. Natuurlijk gaat dat aansluiten geleidelijk, j ieder op zijn beurt. , Van meening dat het door ons uit de H. C t. ï overgenomen bericht, dat de kosten van elec- c trisch licht in gewone omstandigheden, ongeveer neerkomen op 20 pCt. duurder dan gasverlichting, ten nadeele van gasinstallateurs zou kunnen strekken, verzoekt een hunner ons mede te deelen, dat men bij een verbruik van 1 cent (gasgloeilicht) 5 of 6 X meer licht d heeft dan van 1 cent electr. licht (gloeilampen); — zoodat het verschil wel wat grooterisdan o 20 pCt. h d De reusachtige gasketel op het terrein van h de nieuwe gasfabriek tusschen Trekvliet en h Binckhorstlaau verheft zich reeds boog boven de omgeving. Op het hoogste punt waait de v Nederlandsche vlag, ten teeken dat het gevaarte v voltooid is. _____ o Sedert ongeveer 14 dagen wordt vermist uit d een villa te Scheveningen eeu gouden ring roet j diamanten steen, waarde f800. In de binnenzijde van den ring is gegraveerd „Van Oss, la Haye”. T* De commissaris van politie te Scheveningen * Verzoekt opsporing en bericht. G Terwijl in een pakhuis in de Bezemstraat 61 een werkman bezig was, stortte eensklaps een & gedeelte van de zoldering, die beladen was met ïjzeren dwarsliggers, in. De man kreeg eenige zc der ijzers op zjjn lichaam en werd inwendig gt zwaar gekneusd naar het gemeenteziekenhuis k( vervoerd. Aan de Loosduinsche kade is gistermiddag in een wagen van een houthandelaar met paard .. en bestuurder te water geraakt. Man, paard en ï, wagen waren spoedig weer op het droge. Vl _____ Gi Hoogwater te Scheveningen : ï1* Zaterdag 10 Maart, ’s voormiddag» 2 uur 8 s namiddags 2 uur 27. cu Gevonden goederen. Aanwezig aan F.! het hoofdcommissariaat van politie, Alexanderplein 15b, en aldaar te bevragen op alle werkdagen tusschen 12i/a en 2 uur, de navolgende de voorwerpen: een jas, een paar zwarte hand- 20 schoeneu. uij Aanwezig en te bevragen aan de navolgende de adressen: 5 stalen behangselpapier, Achterom 04 ; een rozenkrans, Postkantoor, Prinsestraat ■ 2a ?^U.ut7eeW,elige haBdWi»gen, Westeinde 463 fn, (Enthot); een bruin hondje, Oudshoornstraat 12 ; een portera., SocieteitsLent in hetHaagsche , Bosch; idem, Ammunitieharen 109; een com- scJ pasje, Bezuidenhout 381; een hond, Hoefkade *51; een ceintuur met zilveren gesp, Helmstraat 22; een hondeumuilkorf, Newtonstraat 18; twee Fransche broches. Vinkensteinstraat t>2; een grijze kater, Malakkaslraat 183, stf Mi Wa

Uit andere Gemeenten. i ■ WIJK BIJ DUURSTEDE, 8 Maart. In de heden gehouden vergadering van den raad dezer gemeente is met 6 van de 11 Stemmen tot wethouder benoemd de heer J. Lokhorst Jzn., ter vervanging van den heer G. van Dam. ! die in het begin van dit jaar is overleden. KUNST.

3. 1 — Kunstkring, n Joh. W. Broedelet. 0 De verdienstelijke zijde van dezen productieven jongen man als voordrager ligt, naar gisteravond bleek, in het grof-komische, het genre-Van Zuylen. Hetprograrama, hoofdzakelijk gevuld met werk van hemzelf, opende, eenigsm zins onterecht, met sonnetten van Kloos en de Iris van Perk, terwijl we later ook nog de „Rey van Edelingen” uit de Gijsbrecht _ kregen. Wanneer het de bedoeling was, nu de voordrager daartoe gelegenheid had ook eens te laten hooren wat hij in deze richting kan presteeren, dan moeten wij met dit eigenaardig samengesteld programma — waarvoor 1 t" de heer Broedelet trouwens zelf een veront- I ir schuldiging aanbood — vrede hebben en rest it alleen op te merken, dat deze serieuse nummers ® bij verre na niet dat succes verdienden ’t welk ( g het moppige gedeelte van den avond terecht j e genoot. De „Rey van Edelingen” was nog het best, ofschoon de nobele, klankvol in hooger sferen i- deinende toon niet altijd bereikt werd. Deze ] e reyen van Vondel zijn los van al het aardsclie, 1 r en hiervan overtuigde Broedelet ons niet meestal was het een acteur die geooelool i, declameerde en door overvloedig handenbe- v weeg bracht in een hypnotische appreciatie. v Kloos en Perk waren bij lange na niet genoeg d doorvoeld. In het eerst? sonnet trof ons al ' , dadelijk een verkeerde inzet en die klagende toon werd voortgezet zonder een enkele v j juichende toets. Dat is per se ernaast Ook in b • het derde sonnet en in Iris zit véél meer dan de heer Broedelet wel vermoedt. Hij vrage , Philippe C. la Chapelle eens hem deze verzen ® , uit te pluizen. o ! Het overige — alles eigen werk — had als 8 , voordracht èn als werk veel goeds, al was D het niet steeds even oorspronkelijk. De wijs- G geerige verhandeling over den neus en den D knoop, het fragment uiteen (vlooien ?-)roman: D „Jonge Liefde", met rake intonatie van het E wijf in het zolderkamertje, hadden de niet uit O1 te vlakken verdienste het (weinig talrijk) gehoor durend te amuseeren, terwijl de schets Het moordende ongemak en de goed-aange- V( dikte charge van een reis met den spoedig tot m de historie behoorenden omnibus van ’t Regen- 0r tesseplein naar de Groenmarkt (waarom schets „a la Falkland" ? ?): De barre tocht het humoristische in den toestand dikwijls op de juiste plaats aanwezen en zeer gelukkige ^ staaltjes vormden voor de stelling dat bij va onze jongeren de zin voor ’t komische niet geheel verdwenen is. L. F. is on De Duitsche boekhandel in 1905. -de Uit het jaarverslag over 1905 van den consul der Nederlanden te Leipzig: nu De toestanden in den boekhandel bleven oveP ’t algemeen onveranderd. Het aantal boek- 0n handelaarszaken in Duitschland bedroeg 11,247; da daarvan waren 2994 uitgevers, 348 kunst- j)u handels, 934 muziekhandels, 6047 commissie- mc handels en 224 antiquariaat-boekhandels. wa De uitgevers hadden niet te klagen over hei vermindering van productie. Zeer talrijk was vooral het contingent brochures en boekdeelen — op het gebied der hygiëne en rechtspleging. De commissiehandel leed weer gevoelig onder den zich steeds uitbreidenden reisboekhaudel.Tot de meest gelezen en verkochte werken behoo- — ren : Frenssen Hilligenlei, Stilgebauer’s Göts Krafft en de volksuitgaaf van „Bismarck’s Gedanken und Erinnerungen”. Geklaagd wordt < dat de goedkoope boeken hetpubliek verwennen en van het koopen van meer kostbare uit- ^Vc gaven afhouden. Dei In de antiquariaten werd veel omgezet. Voor der zeldzame boeken en incunabelen was bij stij- ove gende prijzen levendige navraag. Door tusschen- wei komst van de antiquariaten te Leipzig werden te | vele zaken met Amerika gedaan. In het afge- te 1 loopen jaar kwamen een groot aantal bibliotheken van geleerden en verzamelaars in veiling. nl?' Vermelding verdient de rijke en kostbare Göthe-verzameling van vrijheer Von Bieder- “°b mann. Een deel daarvan kocht het archief te We« Weimar. Er werden zeer hooge prijzen bedongen, een De colportage-boekhandel leed onder de con- god currentie der Warenhuizen, waardoor den col- natl porteurs b.v. de zaken in sprookjesboekjes da_ totaal afhandig werden gemaakt, " Overproductie was schuld dat de zaken in j®cb den muziekhandel te wenschen overlieten. Bij- ?e zonder gevraagd waren klavierstukken, liederen vin. uit operetten en humorist ika. Ook hier zijn is h de Warenhuizen concurrentie komen aandoen. van Op het gebied van de geïllustreerde uit- Doe gaven hebben de weekbladen met actueele wez illustraties, b.v. die Woche, Berliner Illustr. f*la Ztg. enz. aan de overige tijdschriften wederom baai scherpe concurrentie aangedaan. yeg den. Exposities, wijz teel Wij ontvingen invitaties voor drie tentoon- % stellingen : in Pulchri opent Donderdag 15 bepi Maart de tentoonstelling van schilderijen en hot beeldhouwwerken van werkende leden; — de lich

Kunstkring opent reeds Zaterdag 10 Maar een tentoonstelling van Schilderijen, aqarellen teekeningen, grafische kunst en beeldhouw Ie werken van leden; — en de firma E. J. vai d Wisselingh en Co. te Amsterdam heeft to , 31 Maart een expositie van litografieën va: ’ Fantin-Latour,


In ons Ochtendblad van Woensdag is, met een vraagteeken, uit de Avondpost een sensatie-berichtje overgenomen betreffende een schilderij, dat een Frans Hals zou zijn.

Dr. Martin schrijft daarover aan de N R. Ct.:

Naar aanleiding van het bericht in uw Ochtendblad van gisteren omtrent het ontdekken van een schilderij in Leiden, dat door enkelen aan Frans Hals wordt toegeschreven, wil ik niet nalaten, u even te berichten, dat genoemd schilderij wel is van zeventiend’ eeuwsch maaksel, maar met Frans Hals niets gemeen heeft. Het is door de lichtblauw met wit gestreepte kleeding van den drinker, de felle gelaatskleur en de breede, decoratieve techniek, een karakteristiek werk van een Hollandschen Carravaggist der Utrechtsche Honthorst-school.

Het meest gelijkt het op het werk van den Utrechtschen schilder Dirck van Baburen (± 1570—± 1624) en in geen geval is het een kunstwerk van groote beteekenis.



Den 24en zal de heer J. de Meester voor den Rotterdamschen Kunstkring een lezing houden over Marie Basjkirtsef. Binnenkort gaat bij ’t Nederlandsch Tooneel een tooneelstuk, dat bewerkt is naarDicken’s Kleine Dora. (Iel.) Zaterdag a.s. in Pulchri kunstbeschouwing voor leden met hun dames van de versiering van het salon van het stoomschip Leemans der reederij Fop Smit & Co., geschilderd door W. A. van Konijnenburg. De schilder heeft een apotheose gegeven van het symbolisch gedachte Nederlandsche landschap. De onderwerpen zijn: Het Bosch (de fantasie). Het Landleven (de eenvoud). Het Park (de weelde). Het Dal (de opgewektheid). De Zee (de kracht). De Boomgaard (de ouderdom). De Stad (de actie). Het Duin (de jeugd). De Zon (de schoonheid). De Laan (de beschaving). De Vijver (de gedachte). De Weide (de vreugde). De Rivier (de energie). De Heide (de rust). De Ruïne (het verleden). De Akker (de vruchtbaarheid). Het Meer (het onbekende). Te Berlijn heeft zich een Russische trio gevormd: Michael en Jozef Presz, violen, en mej. Maurina, piano. Zij traden voor het eerst op in de Singacademie. Te Berlijn is in de kunst-salons van Karl Werkmeister een historische tentoonstelling van silhouetten geopend. Na dertig jaren met eere bestaan te hebben, is de Society of American Artists dezer dagen ontbonden om samen te smelten met de Academy of Design waarvan de leden der vroegere S. O. A. A. gezamenlijk lid zijn geworden. De gezamenlijke vereenigingen bezitten nu een half millioen dollars. De Society was gesticht door kunstenaars, die ontevreden waren over den regel der Academy dat ieder lid drie werken mocht inzenden buiten contróle der jury. Een der drie hing men dan gewoonlijk op de cimaise. Hiervan waren vaak zeer middelmatige tentoonstellingen het gevolg. Men zou nu de bepaling afschalïen. WETENSCHAPPEN.

    • | 1.11, Het substnntiebegrip. Op uitnoodiging van de Vereent ging voor Wijsbegeerte, te Leiden, hield de heer J ulius de Buer Woensdagavond in het Academiegebouw te i Leiden eeu voordracht o ver het substantiebegrip. | Spreker wilde trachten van dit begrip — een , der hoogste begrippen der wijsbegeerte, waar- \ over in den loop van dit jaar eeu omvangrijk i werk van zijn hand zal verschijnen — een inzicht , te geven van zijn historische ontwikkeling, het \ te entiseeren en dialectisch te doordenken. De Descartes-Spinozistische periode der \ nieuwere wijsbegeerte, met het dualisme der j substantie-begrippen beginnende en in het , monisme voleindigd, waarin het Absolute als j substantie gesteld werd, heeft na de scholastiek j weer een redelijk-vrije wereldwijsheid gegeven, j een filosofie die zuiver wetenschappelijk in het } goddelijke en natuurlijke licht („la lumière o naturelle de la raisou” van Descartes) der Rede * da waarheid zoekt te begrijpen. ^ Ér is, verklaarde Descartes, een groot ver- r scliil tusschen den geest en liet lichaam. De lichamelijke wereld bestaat onafhankelijk van de geestelijke. „Substantie ’, en deze definitie vindt men weer in enkele volgende filosofieën, is het wezen dat voor zijn beslaan geen ander van noode heeft. De absolute substantie is God. s Doch ook de onafhankelijk van elkaar bestaande li wezenheden geest en lichaam zijn substanties I relatieve substanties. Wat zij zijn blijkt uit h haar^ eigenschappen, die „noodzakelijk imma- z uent’ zijn, attributen, zonder welke de substan- v ties niet „zijn ’ en met „gedacht’’ kunnen wor- o den. Het attribuut kan zich op verschillende p wijzen toonen, niet noodzakelijk maaracciden- ft teel, welke wijzen de modi of modificaties zijn. k Zoo is het denken attribuut van den geest; bepaalde voorstellingen zijn modificaties van s< hot denken. De ruimte is attribuut van de d lichamelijke natuur, de figuren zjjn modificaties ii

j “ art van de ruimte. D« substantie Gods heeft geen en, modi, maar attributen, w. In de lichamen kan zich niets geestelijks an ™e,1gen- De geest denkt alleen; het lichaam tot “eeft al,een uitgebreidheid. Beide sluiten elkaai volkomen uit. Descartes’ leer is derhalve dualistisch. Geest en lichaam zijn twee substanties die niets met elkaar gemeen hebben. Doch in het wezen van den mensch zijn ze vereenigd; et eu dit ig> volgens- Descartes’ principes, iets ,n. onbegrijpelijks. gn Door het metaphysische probleem tot een authropologiseh te maken heeft Descartes zijn dualisme niet verklaard. Hij stelt wel de sameukomst der verschillende substanties voor als een „unitas compositionis” en niet als een iw „unitas naturae”; doch ontkomt niet aan de it- aporie eener dualiteit der wezenheden geest en or lichaam, substanties die elkaar uitsluiten, en noch metaphysisch noch anlhropclogisch gedacht, volgens zijn principes een verklaarbare „ eenheid kunnen vormen. Reeds prinses Elisabelh bracht hem door baar vragen in verlegenheid. En hij moest bekennen, dat de mensebelijke et geest niet in staat was het gescheiden-zijn en le de vereeniging der substanties le verklaren. re Geulincx vat het probleem theologisch op ;n evenals Malebranche, en acht de vereeniging le bet grootste wonder der wereld door God bewerkt. Hjj stelt het verband alleen occasioneel voor; de vereeniging ontstaat door den vrijen wil van God, — en onderscheidt in verband n daarmee een „causa elficieus” van een „causa n occasionalis”. Doch de occasionalistische philosophen, die het metaphysische probleem anthropologisch opvatten, hebben door de vereeniging voor een goddelijk wonder te verkla'r ren het eigenlijk daarmee juist niet verklaard, g maar eer verduisterd. Spinoza heeft getracht het principieele dualisme van Descartes, een dubbel dualisme der substanties God eu Wereld, Geest en Stof, monistisch op te lossen. Deus sive Natura is de eenige oneindige en absolute substantie „ens absolute infiuitum.” Doch ook Spinoza heeft den tweespalt der vroegere philosophieëu „ “°g behouden in de tweeheid der attributen 3 denken en uitbreiding. 3 Leibnitz’ Monadologie erkent de substantia* liteit der tallooze ondeelbare metaphysische r eenheden, anders op te vatten dan de hypothese der atomisten. Elke „Mouas”, elke metaphysi, ache eenheid, elk oorspronkelijk krachtwezen, 3 is eeu afzonderlijke substantie. Leitnitz’ beginsel ^ o et polaire tegendeel van het Spinozistische. De metaphysische eeuheidwezens zijn in een , evolutionistische orde gerangschikt in de wereld l fn m een gepraestabileerde harmonie. In deze 3 leer is geen dualisme. Noch is zij monistisch, - al zou Leibnitz” Theologie dit eischen. Daart mee is zijn philosophische cosmologie in strijd ; j slechts dit zou men Leibnitz* dualisme kunuen noemen ; doch dit is zijn leer niet principieel. De tallooze Monaden, de eindeloos vele substanties, omvatten nooit de oneindige en absolute substantie Gods. In de philosophieën van de drie grootste metaphysid vóór Kant is dus het substantie-begrip absoluut gemaakt op drie wijzen: op de wijze der tegenstrjjdighe d der elkaar uitsluitende substanties bij Descartes: en op de twee wijzen der eenzijdigheid, eenheid (zonder veelheid) en veelheidtzonder eenheid) bij Spinoza en Leibnitz. God of Natuur of Substantie (Deus sive Natura, Deus sive Substantia), als het oneindige, onbegrensde en onbepaalbare Absolute, gesteld als het Objectieve, dat het subjectieve buiten zich sluit, is volgens het Spinozisme zonder zelfbewustzijn, eu kan zichzelf dus niet kennen. De Substantie is daarmee een Ding-an sieh, geen ding, voor ons, — staat buiten onze kennis. Kant s Ding-an-sich is in dezen zin niets anders dan de onkenbare substantie van Spinoza. Toch had Spinoza in een oogenblik van hooge verheldering het zelfbewustzijn der substantie Gods gedacht: onze liefde tot God is de liefde van God tot zichzelf. Hierin ligt tevens een beginsel van het ongescheiden onderscheiden-zijn van God en Mensch. Doch over het geheel ontbreekt aan de Spinozistische substantie de reflexie in zichzelf, het zelfbewustzijn. Deze substantie, evenals Kants Ding-an-sich, is niet subjectief geworden, is geen geest. Eerst als het Absolute als Geest begrepen wordt, is het beginsel voor de mogelijkheid en werkelijkheid der ware philosofie aangegeven, die ontstaat in het subjectieve Idea- ' lisoie van Fichte, het objectieve Idealisme van « Schelling en het beide vereenigende absolute ' idealisme van Hegel. i Fichte zag in het Ik en de noodzakelijke ’ handelingen van den wil de ontwikkeling van den Geest, die het wezen der wereldevolutie is. : Volgens Schelling zijn het Ik en het Niet-Ik potenties op een gemeenschappelijke basis, het wezen der dingen. Dat oerwezen is de totale indifferentie van het objectieve en het subjectieve. In het objectief Idealisme wordt het Spinozisme opgenomen, doch als onveranderd alleen vergeestelijkt moment. Doch in het ab- f sotuut Idealisme wordt de substantie voortbe- s paald tot het Begnp.De Substantie wordt redelijk ( doordacht, onderscheidt zich van zichzelf, komt I | to^ zeltbewiistziju, stelt in eigen objectiviteit het v subjectieve tegenover zich en vereenigt zich s ermee. De noodzakelijkheid der Substantie, door Spinoza in God reeds vrije noodzakelijkheid v genoemd, komt tot vrijheid in het Begrip. Het v Substantiebegrip is gebleken nog voor volmaking vatbaar te zijn. Doch na de voleindiging v is de Substantie niet meer Substantie, doch iets v hoogers het Begrip, de objectief-subjectieve o geestelijke Veeleemgheid, de absolute Idee n Van de gelegenheid tot gedachtenwisseiine v werd slechts door den heer W. Meijer, den be- n kenden Spinozist, gebruik gemaakt. Sj jd Over prol. Jelgersiua. d In Elsevier’s Maandschrift van deze maand d, schreef dr. A. H. Oort een mooie, sympathieke levensschets van den psychiater prof. Jelgersma. e( Het opstel is daarom zoo aantrekkelijk omdat het geschreven is door een beoefenaar van hetzelfde studievak, door een dagelijkschen medewerker van Jelgersma, maar ook en vooral H omdat hier in een der moeilijkste wetenschap- v> pen, de zielsgeneeskunde voor den leek een J inzicht wordt gegeven in bewoordingen die aan klaarheid niets te wenschen laten. Na een overzicht van Jelgerma’s levensge- S, schiedems, beschrijft dr. Oort zijn tegenwoordigen werkkring in het sanatorium Rijngeest en in het nabijgelegen krankzinnigengesticht Rnds-

^ geest, en staat dan meer in ’t bijzonder stil bij’ énkele vraagsjukken, waarop de Leidselie boögleeraar zijn bijzondere belangstelling richt. Zoo maakt hij een bijzondere studie van het wezen der hysterie, waarvan velen zich zulk een verkeerde voorstelling maken. Al blijft deze zenuwziekte nog in vele opzichten raadselachtig, het wetenschappelijk onderzoek heeft daaromtrent toch reeds vele vooroordeelen en verkeerde voorstellingen aan ’t licht gebracht en bestreden. Zoo heeft men wel eens gehoord van verlamden die jaren lang aan het ziekbed gebonden waren en èf plotseling, bij een brand b.v. hard wegliepen, óf betrapt werden ’s nachts stil het huis rond te dwalen, In beide gevallen worden zulke patiënten dan gewoonlijk voor bedriegers gehouden, inderdaad een verkeerd en onbillijk oordeel, want hier waren de gewone prikkels, die een gewoon mensch nopen op te staan en aan zijn werk te gaan, niet sterk genoeg om dezen zieke te doen loopen. Een zeer sterke prikkel — het gevaar levend verbrand te worden, of een angstige droom — kan blijkbaar plotseling de inwendige belemmering overwinren. Uit zulk een gebeurtenis blijkt alleen dat de verlamde geen zieke spieren had, dat de stoornis in het zenuwleven en wel in de hersenen gelegen was. De schrijver gebruikt ter toelichting een zeer duidelijk beeld. Stel een rivier kronkelt; bij een kronkeling wordt een kanaal gemaakt; het water volgt den rechten en korten weg; er gaat geen of onvoldoende water langs de kronkeling. Ligt daar nu een stadje, dan wordt er de nijverheid verlamd. Maar nu komt de dooi en er komt zeer veel water in de rivier, zoodat ook de oude bedding weer vol loopt, dan kan het stadje weer invloed hebben op het wereldverkeer. Nu kan men zich wellicht ook voorstellen dat een gedeelte der hersenen, b.v. juist het stukje dat ons in staat stelt te loopen wanneer wij dat willen, ontoegankelijk wordt voor de zenuwstroomingen die door onze hersenen gaan. Zulk een patiënt is dan niet in staat te willen loopen, al zijn zijn beenen sterk, zijn spieren flink, al is er niet het minste foutje in zijn ruggemerg of overig zenuwstelsel Hij denkt logisch over alle onderwerpen, maar het loopen vermag hij niet te willen tot... een bijzondere aangrijpende gebeurtenis weer den weg baant naar het zoo lang afgesloten gedeelte der hersenen. Zoo laten zich inderdaad vele hysterische verschijnselen verklaren. Prof. Jelgersma, die in ons land krachtig heeft meegewerkt de nieuwere opvatting over deze ziekte ingang te doen vinden, gebruikte een ander beeld j 'T”. hysterie, in de hersenen gebeurt duidelijk te maken. - Zijn beeld is ontleend aan de eleetriciteitsleer: volgens zijn meening zouden er in de hersenen „kortsluitingen ontstaan. Met deze theorie wordt reeds veel verklaard, maar nog niet alles, prof. Jelgersma is de eerste om dit toe te geven Want al kan men zich b.v. de wondergenezingen van allerlei aard, in Lourdes of door gebed door somnambule of schoenlappertje begrijpelijk maken, al doorziet men de werking bij dergelijke zieken van voltakruis, electrischeu gordel of andere kwakzalversmiddelen en nieuwigheden, en komen herhaaldelijk plotselinge genezingen, helaas ook wel eens verergeringen voor, waarvoor men geeD verklaring kan vinden. Niet minder belangwekkend is verder in het opstel watdr. Oort schrijft over prof. Jelgersma’s werkzaamheid op ’t gebied der vergelijkende ontleedkunde, meer in ’t bijzonder over zijn onderzoek naar de beteekenis der kleine hersenen, die een zoo hoogst belangrijke rol bij de verrichtingen van den mensch spelen. De schrijver geeft dan een zeer duidelijke en boeiende schets hoe door dit orgaan van de kleine hersenen de samenwerking van de verschillende spieren geregeld wordt en hoe bewonderenswaardig samengesteld en harmonisch in elkaar sluitend bij de minste verrichtingen onze spierDewegingen zijn. Wg willen het hierbij laten en niet te veel rooruitloopen op het geestelijk genot van den ezer wanneer hij het opstel in Llseviei’s ter land neemt. Er zijn fraaie illustraties aan toe gevoegd vaaronder een door mej. E. C. van Manen mooi lestudeerd en met liefde geteekende beeltenis mn Jelgersma. Een mooie gelegenheid tevens im het verschil weer eens waar te nemen tus;en karaktervol geteekend portret en foto’s, die le plooien van een jas en pantalon heel lief n zoetelijk weergeven, maar het leven niet -ermogen aan te raken. t «n