Naar inhoud springen

Pagina:De Telegraaf vol 039 no 14809 Avondblad OVER BOEKEN.pdf/1

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
 

OVER BOEKEN

OUDHEIDKUNDE.

Cultuur van 3000 jaar en meer voor Christus.

Bij de Erven J. Bijleveld te Utrecht is een Nederlandsche bewerking verschenen van C. Leonard Woolley’s „Ur der Chaldeeën”, de stad van Abraham. Deze bewerking is van dr. H. W. Obblnk, Pof. dr. H. Th. Obbink, die er in een inleiding den nadruk op legt, dat deze Nederlandsche bewerking het wint van hel origineel, wijst er op, dat nog niet zoo heel lang geleden Mozes zoo ongeveer gold als de oudste historische figuur. Ontcijfering van teekens en het Opgravingswerk van talrijke archeologen deden echter steeds oude culturen herrijzen.
Nu zoekt men reeds verder: naar wat achter de Babylonische en Sumerische cultuur ligt, nog verder terug dan 3000 vóór Christus. En niet zonder succes. Leonard Woolley, die als leider der opgravings-expedities van het British Museum en het Museum of the University of Pennsylvania, gedurende zeven jaar het gebied van Ur der Chaldeeën met spade en houweel heeft afgezocht, is doorgedrongen tot de diepste lagen waar hij duidelijk sporen vond van een geweldige overstrooming die verwoestend over Mesopotamië ging en die hij houdt voor den grooten vloed, ons uit den bijbel als zondvloed bekend. In verschillende werken heeft Woolley de resultaten van zijn opgravingsarbeid neergelegd. Een dezer werken heet: Ur of the Chaldees.

De oudste bekende beelden, opgegraven in Mesopotamië.

Een Duitsche uitgave — F. A. Brockhaus te Leipzig — van oudheidkundigen aard handelt eveneens over „Mesopotamlë”. „Der Tell Halaf” is het boek gedoopt van Max Freiherr von Oppenheim, die de oudst bekende, steenen beelden ter wereld opgroef, stammende van 3 à 4000 jaar v. Chr. Het terrein van zijn werkzaamheden lag in Noordelijk Mesopotamië, in het brongebied van de Chabur, een zijrivier van de Euphraat. Op twee heuvels de „Tell Halaf” en de „Djebelet el Beda” vond hij een tot nu toe onbekende cultuur. De uitgravingen van dezen onderzoeker begonnen reeds in het jaar 1899. Met bovengenoemd boek zijn zij voorloopig gesloten.

RELIGIE.

Calvijn.

Bij J. H. Kok te Kampen verscheen een door ds. J. D. Boerkoel verzorgde vertaling van dr. E. Stickelberger’s levensschets over Calvljn.

De Bouwers van Israël.

Marcus Ehrenpreis’ „De Bouwers van Israël” werd door J. Henzel uit het Zweedsch vertaald en bij W. J. Thieme en Cie. te Zutphen uitgegeven. Ehrenpreis schetst in dit werk de figuren van Mozes, Amos, Jesaja, Jeremia, Ezechiël en Ezra, „zooals ze in zijn geest geleefd hebben”. „Ze zijn mijn visioenen”, zegt de auteur.

PAEDAGOGIEK.

De opvoeding van den kleuter.

De heer H. Jonkman Azn. heeft bij J. B. Wolters Uitgeversmaatschappij een paedagogiek voor de fröbelkweekschool uitgegeven, onder den titel „De opvoeding van den kleuter”. De auteur, leeraar aan de Chr. Holl.-Inlandsche Kweekschool te Solo, heeft hiermede bedoeld „een principieele paedagogiek te geven in een vorm die speciaal voor leerlingen van de fröbel-kweekschool geschikt is”. Achtereenvolgens behandelt de schrijver: „Wat is opvoeding?”, „De Kinderhof”, „Doel der opvoeding”, „De ontwikkeling van het kind in het algemeen” en „De opvoeding in den Kinderhof”.

SOCIOLOGIE.

„Oorsprong, geschiedenis en hedendaagsche stand der socialistische beweging,” door W. H. Vliegen, „De Arbeiderspers”, A’dam.

Vliegen heeft in 1930/’31 voor de V.A.R.A. een radiocursus gegeven over het onderwerp, waaraan zijn publicatie thans gewijd is. In zijn boekje zoeke men dus niet het wetenschappelijk betoog, noch de zware documentatie. Het geeft in populairen, vlotten vorm een zeer betrouwbaar en helder overzicht van de historie der arbeidersbeweging in Centraal-Europa, terwijl het laatste deel, meer uitvoerig, de ontwikkeling hier te lande behandelt. Hij, wien het ontbreekt aan tijd om groote handboeken door te werken, vindt in Vliegen een goeden geleider en in zijn voordrachten een naar inhoud en vorm zeer goede samenvatting van het onderwerp.

PHILOSOPHIE.

„Inleiding in de Wijsbegeerte door dr. Herman Wolf.

Zij, die zich voor dc wijsbegeerte interesseeren, kennen dr. Herman Wolf als auteur en van zijn lezingen voor de Volksuniversiteit en voor de Vereeniging voor wijsbegeerte. Bij A. W. Sijthoff’s Uitgevers Mij. te Leiden verscheen thans van zijn hand „Inleiding in de wijsbegeerte”, waarin ook de nieuwste philosophische stroomingen tot haar recht komen.
De schrijver zegt in zijn voorrede o.m.: „Ik heb getracht door een aantal „hulpmiddelen” de zoo moeilijke studie der philosophie eenigszins te vergemakkelijken. In de eerste plaats door enkele schema’s, die, vooral voor de meer visueel aangelegden, een niet te onderschatten hulpmiddel bleken om den vaak zoo abstracten gedachtengang van het betoog zich iets gemakkelijker voor te stellen. Verder heb ik een verklarende woordenlijst van de meest voorkomende wijsgeerige termen aan het boek toegevoegd, omdat de ervaring mij heeft geleerd, dat velen in het begin door het groot getal vaktermen afgeschrikt worden.
Dan heb Ik gemeend, dat een chronologisch overzicht van de groote denkers en hun werk niet mocht ontbreken”.

DIVERSEN.

Redevoeringen en verhandelingen van prof. J. Woltjer.

Het Woltjer-comité heeft de goede gedachte gehad de nagedachtenis van wijlen prof. dr. J. Woltjer ook daardoor te eeren, dat het in boekvorm heeft uitgegeven de redevoeringen en verhandelingen van dezen betreurden hoogleeraar van zeer groote bewaamheid. Het eerste deel, dat thans bij de N.V. Dagblad en drukkerij „De Standaard” gereed gekomen is, omvat „De wetenschap van den logos”; „Overlevering en kritiek”; „Het woord, zijn oorsprong en zijn uitlegging”; „Beginsel en vorm in de literatuur”; „Ideëel en Reëel” en „Het wezen der materie”.

Binnenkort zal bij de N.V. Uitgeversmij. „Centraal” te ’s-Gravenhage, verschijnen het maandblad „Scaldis et Mosa” (Schelde en Maas). Het nieuwe maandblad tracht een nauwere samenwerking tusschen Holland en België (zoowel economisch als intellectueel) tot stand te brengen.