Pagina:De ademhaling der planten (1878).djvu/7

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd


 

 Geachte Toehoorders!

 

In onze dagen hoort men niet zelden de vrees uiten, dat de toenemende omvang der natuurwetenschappen, den blik harer beoefenaars zou afleiden van den innerlijken band, die al hare onderdeelen vereenigt. Men wijst op de hooge eischen, die vooral het experimenteele onderzoek stelt, en op de moeilijkheid om, bij een volle toewijding aan de studie der feiten, nog den tijd te vinden zich ook in de hoogere spheren der menschelijke kennis te bewegen. Velen beschouwen de studie der bizondere verschijnselen als tegengesteld aan het opsporen van de grondbeginselen, die de geheele natuur beheerschen, of tenminste als iets, waartoe een andere aanleg, een andere neiging worden vereischt. Hoe meer men zich in bizonderheden verdiept, des te meer moet—zoo beweert men—de belangstelling voor de algemeene natuurwetten verloren gaan. Ja, somtijds gaat deze vrees zoover, dat zij den wensch naar een afzonderlijke wetenschap doet uitspreken, die, zonder zelf in een empirisch onderzoek te treden, zich ten doel zou stellen de empirische resultaten van alle natuurwetenschappen te vereenigen. Eerst zoo, meent men, zou