Naar inhoud springen

Pagina:De maskers af (version 1).djvu/7

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
 

INLEIDING.

 
„God schiep den mensch naar zijn beeld; naar het beeld Gods schiep hij hem; man en vrouw schiep hij ze.
Genesis 1:27
En God zag al wat hij gemaakt had, en zie, het was zéér goed.
Genesis 1:31

In plaats dat hier de bedoeling is de aangehaalde Bijbelverzen in een bespottelijk daglicht te stellen, zijn ze eerder aangewend tot tegenstelling voor hetgeen in dezen bundel als caricatuur van de menschentype gegeven wordt.
Indien wij ons voorstellen dat het in de bedoeling van Mozes lag, te zeggen, dat wij ons den oorspronkelijken mensch moeten voorstellen als het evenbeeld of de weerkaatsing van hetgeen zoowel geestelijk als lichamelijk: Goed, Waar en Schoon is, — en de vereeniging van deze eigenschappen Gods, uitgedrukt waren in het beeld van Adam en Eva, en daarbij bedenken dat alle volkeren zich een dergelijk mannelijk en vrouwelijk zoowel geestelijke als lichamelijke volkomen Mensch als het evenbeeld Gods hebben voorgesteld, welke zij tot Ideaal kozen van man en vrouw, — dan kunnen wij met te meerdere zekerheid nagaan tot hoeverre het menschelijk geslacht die Type trouw gebleven is.
Zij die in onze samenleving veel verkeerd hebben met menschen van verschillende rang en stand, zullen dikwijls verrast zijn geworden door de groote misvormingen zoowel van het psychische als 't physische der onderling met elkaar levende en verkeerende menschen. Naar de oorzaak zoekend van deze innerlijke en de, daarmede noodwendig samengaande uiterlijke misvormingen, zullen zij er toe gekomen zijn te gelooven dat het in zeer veel opzichten de maatschappij is die dit heilige beeld Gods, dat de mensch is, misvormd heeft. Ja, men zou de Genesisverzen van Mozes kunnen toevoegen:
„God schiep den mensch, maar de maatschappij werkte hem af.” En zoo ontstond zeer dikwijls, in plaats het evenbeeld van hetgeen Goed, Waar en Schoon is, het evenbeeld van hetgeen Slecht, Leugenachtig en Leelijk is.
In den strijd om het bestaan komen de hartstochten der menschen met elkaar in strijd en deze strijd, die een voornaam kenmerk der maatschappij is, wordt door velen met het masker van beschaving bedekt. Dáár zijn maskers van vroomheid, maskers van deugd, maskers van schoonheid, maskers van waarheid, maskers van liefde en maskers van geleerdheid, en nu is het de roeping van den caricaturist deze maskers af te rukken en den mensch te toonen zooals hij werkelijk is.