Naar inhoud springen

Pagina:Description of Ukraine (Borysthenes) Atlas Maior NL 1664.pdf/1

Uit Wikisource
Deze pagina is gevalideerd
29
 

Beschrijving van de Rivier

BORYSTHENES,

gemeenelijck genoemt

NIEPR oft DNIEPR;

en van de zeden der

ZAPOROVISCHE COSACKEN.


DE rivier Borysthenes wordt nu gemeenelijck van de Moscoviters, Russen, Littauwers, Polen, en van alle Sarmatische volkeren Nieper oft Dnieper genoemt, van seker dorp Dniepersko, by 't welck sy haer oorsprong heeft. Maer dewijl de hedendaeghsche naem veel van de Latijnsche benaeming verschilt, soo sijn 'er, die achten dat d'oude naem Borysthenes beter op de rivier Berezin past, de welcke, het kasteel Borisou, en meer andere bespoelende, en de rivieren Prodwin, Zyze, Olhe, Zerdzie, Swiece, en een weynigh boven Rzeczycke, in sich ontfangen hebbende, sich in de rivier, die tegenwoordigh Borysthenes genoemt wordt, ontlast; daer sijn andere, die dese rivier Diaborysthenes noemen. Doch wat 'er af sy, wy sullen dit aen 't oordeel van de leser laten; en ick acht dat men niet langer aen d'ondersoecking van de naem moet blijven hangen; dewijl de Schrijvers, van de namen der rivieren en landen handelende, eerder by gissing, dan met versekering van de waerheyt daer af spreken. Indien men echter acht dat de rivier Borysthenes de Berezine der Ouden is, soo kan men ten minsten dit toestaen, dat dese Dnieper, daer af wy nu spreken, by outs met de selfde naem aengewesen heeft geweest; ten minsten aen 't benedendeel, daer sy de Berezine in haer gracht ontfangt; maer dat, soo veel het bovendeel aengaet, de naem daer af aen d'Ouden onbekent heeft geweest; oft, indien het eenige naem heeft gehadt, dat die door verloop van tijdt uytgewischt is, en dat dit bovendeel oock de naem van 't benedendeel heeft ontleent gehadt.

't Is seker dat Europa geen grooter rivier heeft, dan alleen de Donau; indien iemant de Wolga boven de Borysthenes stelt, die moet weten dat die, hoewel in Europa gesproten, echter meer onder de rivieren van Asien gereeckent moet worden, dewijl sy Europa slechts met een kleyn gedeelte van hare wateren besproeyt.

De Borysthenes heeft haeren oorsprong in Moscovien, van 't welck het Hartoghdom van Russen is, niet verre van de bron der riviere Moskou, by het dorp Dniepersko, van daer sy, westwaerts loopende, Wiasme bespoelt, en haren loop zuydwaerts nemende, voorby Dorohobusz, Smolensko, de hooftstadt van 't Hartoghdom van de selfde naem, Dubrowne, Orsse, Kopyse, Szklowan en Mohitovie stroomt, en, door d'invloeying van verscheyde beeken grooter geworden, sich naer Rohaczovie streckt, daer de rivier Druo in sijn gracht komt. Hy swelght oock, beneden dese stadt, de beeck Bobosne in, en besproeyt de stadt Striestyne, en ontfangt eyndelijck, een weynigh boven Rzeczyze, een gerechts-stadt, de Berezyne, van de welcke wy hier boven gewagh hebben gemaeckt, en die van eenige voor d'oude Borysthenes wordt gehouden, om de gelijcke klanck van de naem, en overeenkoming van 't woort. Sy dan, voorby dese plaetsen geloopen, vloeyt in de stadt Chelmiez, en stroomt van daer naer Lojowagorde, tegen over de welcke de rivier Soffze sich in de Borysthenes stort, van daer sy naer Lubiecze vloeyt, en naer het dorp Nawos, 't welck een adelijck huys heeft, en, door de wateren van de rivier Perepete, (die op de grensen van Podlachien in Polesie sijn oorsprong heeft) grooter geworden, neemt eyndelijck haer loop naer Kiovie, daer sy oock door 't water van de Dziesne, uyt het Hartoghdom van Severien vloeyende, vergroot wordt.

Kiovie, van d'inwoonders Kiow genoemt, is eender oudtste steden van Europa, gelijck uyt de merckteeckenen, die haer ouderdom te kennen geven, blijckt; namelijck, uyt haer lange en breede omkring, diepte der grachten, puynhoopen der kercken, en oude graven van veel Koningen, die daer begraven sijn. Van haer oude kercken sijn niet meer dan twee overgebleven, als tot een geheughteecken van een stadt, die eertijts soo groot heeft geweest; namelijck van S. Sophie, en van S. Michaël. D'overigen konnen niet, dan uyt de puynhoopen, bekent worden; gelijck van S. Basilius, welcks muren noch omtrent vijf of ses voeten hoogh staen, met Griecksche opschriften, over veertien hondert jaren in marmer gesneden, de welcke door de langen tijdt byna uytgesleten sijn. In dese puynhoopen ontdeckt men de toe-

D dgang