Pagina:Dominee, pastoor of rabbi.pdf/39

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd
36
dominee, pastoor of rabbi?

ziende dat zijn bal verkeerd loopt, door ’t optrekken van een been of ’t verdraaien en buigen van zijn lichaam nog invloed op den loop van den bal meent te kunnen uitoefenen. Lieve biljarter, als ge gestooten hebt, blijf dan gerust staan: alles is beslist, er is niets meer aan te veranderen. Lieve bidder, spaar ook gij u de moeite: ook aan ’s werelds loop is niets te meer te veranderen.
 ’t Volk voelt iets van al het ongerijmde dat hierin, en in tal van andere dingen steekt. Ze durven er echter haast niet over nadenken, en leeren liever het denken geheel af. Waar ze trouwens aardig mee bezig zijn. Voeg daarbij het drie maal één is één, en al die verdere ongerijmdheden die zij, op boete van eeuwig branden, geloovig moeten aannemen, en ieder zal toestemmen dat het geloof alleen kan bloeien door ’t verstand te vermoorden. Denken wordt zonde.
 En dan wellicht het ergst van alles, dat eeuwige voorpreeken van berusting in alle ontberingen en ellende. Het trachten uit te dooven van alle energie en flinkheid, het leeraren van eeuwige tevredenheid. Aan elken Lazarus wordt steeds voorgespiegeld dat hij in Abraham’s schoot vergoeding zal vinden voor de ellende die hier wordt geleden, in plaats van hem aan te sporen al zijn werken en streven te richten op het verkrijgen van een menschwaardig bestaan hier beneden.
 We kunnen allen weten, dat het met de meerderheid onzer arbeiders zeer treurig is gesteld. Zijn wij te lui of te onverschillig voor eigen onderzoek, dan kunnen de Rijks-enquête en de bij die gelegenheid uitgebrachte verslagen ons hierover voldoende hebben ingelicht en we weten er thans iets van — nog lang niet alles — welke uitkomsten ook in dit opzicht achttien eeuwen christendom te zien geven. Eene rilling ging door ’t land, bij ’t vernemen van wat er gebeurde bv. in de fabrieken van de zeer geloovige heeren Regout in Maastricht en op vele andere fabrieken en werkplaatsen. Toch werd toen slechts een zeer klein tipje opgelicht van den doorzichtigen sluier, die daar hangt over den toestand der arbeiders. Door het fabriekswetje van 1889 is bijna niets verbeterd, en speciaal in de fabrieken van Regout heelemaal niets. Nog steeds zijn honderdduizenden overgeleverd aan de genade van fabrikanten, waaronder vele Regout’s zijn. En menschlievende patroons kunnen ’t hunne arbeiders niet veel beter geven, daar dan de concurrentie met de Regout’s onmogelijk wordt. Voor honderdduizenden van arbeiders in alle Christelijke landen behelst de sombere klacht van Heine volle waarheid:

Der Tod ist gut, doch besser wär’s
Die Mutter hätt’ uns nie geboren.

 Verandering in dezen toestand is alleen te brengen door kalm maar vastberaden optreden van alle arbeiders. Er is van alles nog genoeg op aarde, men spreekt zelfs van overproductie, als oorzaak der malaise, ’t geen beteekent dat er te veel is. En door dat te veel lijden de volksklassen dan gebrek. Omdat er te veel tarwe is, hebben zij niets te eten; omdat er te veel schoenen zijn, loopen zij barrevoets; omdat er te veel wollen dekens zijn, liggen zij in winternachten te bibberen in hunne bedsteden.