97
Oroyabaan genoemd, die van af den linkeroever van den Rimac door Lima trekt. De beide eerste wegen zijn voor de eigenaars (Engelschen en Amerikanen) eene goudmijn; de laatste is, zoolang ze niet voltooid is, eene ruïne voor het gouvernement, dat zich daardoor zoo diep in schulden gestoken heeft, dat thans alles gedrukt wordt en zelfs aan de mogelijkheid der voltooiing getwijfeld wordt.
Te Lima bezocht ik bij herhaling het nieuwe hospitaal, Dos de Mayo, zoo mede het vrouwen-hospitaal Santa Anna. Beide inrichtingen staan, met andere liefdadigheidsgestichten, onder het bestuur der Sociedad de Beneficientia, aan welker bureau ik tot mijne teleurstelling geene verslagen kon verkrijgen.
Het eerstgenoemde hospitaal, een kwartier rijdens buiten Lima, beslaat een uitgebreid vierkant en heeft, evenals het vrouwen-hospitaal, ééne verdieping. Gebouwd volgens het paviljoen-stelsel, zijn de straalswijs gelegene zalen gericht op het cirkelvormige middelplein en grenzen aan het andere einde aan de binnen het vierkant zich bevindende, hier en daar overdekte gang. Aan den buitenkant dezer gang bevinden zich verschillende localiteiten, o. a. keuken en bijgebouwen, de waschinrichting, kleine ziekenvertrekken; aan de vier hoeken van het vierkant zijn koepels; die, links van den toegang, is bestemd tot opname der lijken. De nette kerk is in het midden aangebracht; de apotheek beslaat eene groote ruimte. De ziekenzalen met asphalten vloer, eigenaardige, zeer doelmatige ventillatie-inrichting aan de vensters, door middel van het in drie beweegbare gedeelten verdeelde raam, de luchtige ligplaatsen, — hebben een vriendelijk voorkomen; de grootte der 16 zalen wisselt af van 30 tot 60 bedden, zijnde de grootste ziekenzalen die, welke naar de hoeken van het vierkant gericht zijn. Er is in het hospitaal desnoods plaats voor 600 lijders. Bij mijne bezoeken vond ik slechts enkele zalen in gebruik en deze slechts voor een gedeelte bezet. Ook was het gebouw nog niet ten volle afgewerkt; voor eenige dagen voltooid en in dienst gesteld, heeft dit nieuwe, even sierlijke als doelmatige en aan alle redelijke eischen zeer goed beantwoordende gebouw het oude hospitaal van San Andrew vervangen. Italiaansch wit marmer is met kwistige hand aangebracht aan trappen, gangen, keuken, waschlokaal en badkamers. Vijf geneesheeren en een twintigtal Soeurs de Charité zijn aan het hospitaal verbonden. Deze laatsten nemen de ziekenverpleging, de apotheek en het huishoudelijke beheer voor hare rekening. Van de Soeur supérieure heb ik geene cijfers kunnen bekomen omtrent ontvangst en uitgaven, mouvement van zieken en sterfteverhouding (natuurlijk betreffende het oude hospitaal San Andrew). De kosten van bouw en inrichting van dit waarlijk