105
passeerden hier op den terugtocht onder eene regenbui met bliksem en donder, en zagen van af eene ontzaglijke hoogte steenen naar beneden komen.)
""De baan voor den spoorweg verdween bij deze aardstorting. De weg werd verlengd, en de Rimac vervolgde zijn ontstuimigen loop door middel van cascaden. Op het gedeelte van den weg tusschen Tambo Viso en Chicla zijn er verschrikkelijke punten: men wordt ontroerd bij den aanblik van het reusachtige en verwarde tooneel, dat de"" (onbeschrijfelijk woeste en thans tevens verhevene)"" natuur aanbiedt, — en de geest wordt verslagen bij de gedachte dat eene locomotief zoo aanstonds deze verschrikkelijke bergpassen zal overschrijden. Hoe groot zijn niet de moeielijkheden, die men heeft moeten overwinnen! Het is haast niet mogelijk, den weg voet voor voet te volgen, de inhakkingen der granietbergen, de ophoogingen der hellingen, te beschrijven, die vereischt worden om de gelijkmatige helling te vormen.""
""Niet minder dan 30 bruggen en viaducten ter gezamenlijke lengte van meer dan een kilometer, en 35 tunnels, samen ter lengte van 5 kilometers, (onder deze is begrepen de 1173 meter lange tunnel, die den top der Cordilleros, den mont Meiggs, doorboort) zijn tot stand gekomen! Te midden van zulk een tal van hinderpalen, bij de noodwendigheid om steeds te stijgen, zou men nooit aan het hoogste punt zijn gekomen zonder die talrijke kronkelingen en omwegen, die door de zijdelingsche valleitjes gemakkelijk worden gemaakt. Op sommige plaatsen is de bergpas zoo nauw, dat de kronkeling zelfs onmogelijk is en de weg in zig-zag naar boven gaat."" (Op een paar plaatsen heb ik zelfs tunnels in zulke zig-zaggen opgemerkt, die op korten afstand boven elkander zich bevonden, door welke tunnels de trein opvolgender wijze passeerde.)
""Van af Matucana gaat de weg met veel moeite langs den linkeroever van den Rimac; over den voet der bergen passeert de weg de schrikaanjagende nauwte van Chacahuaro, treedt den bergpas binnen en kruist den Rimac een weinig stroomafwaarts van Tambo Viso; daar maakt hij een zig-zag van niet minder dan 2 kilometers, gaat nog eens over den bergstroom, komt eindelijk uit den quebrada (ravijn, bergkloof) van den Parac, wiens linkeroever hij volgt tot aan het station van Arure. De bergen wijken nu wat uiteen "" (in de diepte ziet men den kronkelenden Rimac) ""en eindelijk vertoont zich het aardige dorpje San Mateo, dat 9000 voet boven het oppervlak der zee ligt en 5 Eng. mijlen van Matucana verwijderd is. Eensklaps vernauwt zich de vallei, verdwijnt, en men heeft slechts eene enorme bergspleet voor zich, eenige honderden meters diep, in welker bodem de rivier statig en majestueus heenbruischt, als langs een afgrond, waarvan de wanden