106
worden gevormd door loodrechte, in pieken uitloopende granietmuren. Van verre hoort men het gedruisch der watervallen, wier schuimend wit zich weldra vertoont; langs tallooze omwegen, kronkelingen en spiralen, zwevende boven afgronden, boven en onder massa's porphyr en trachyt, die ternauwernood in evenwicht worden gehouden en in hun val alles dreigen te verpletteren, voert de wondervolle, in de granietrotsen uitgehouwene"" (over afgronden door viaducten geleid wordende en het graniet als tunnels doorborende) ""spoorbaan door de vermaarde Infiernillo (hel), het schoonste punt wellicht, en zeker het indrukwekkendste van de geheele Cordilleros. De Rimac, breed 40 m., stort zich onstuimig van eene hoogte van 50 m. en bruischt door de rotsen heen.""
Zoover mijn papieren gids, die vrij goed den weg beschrijft.
De Rimac heeft op de hoogte van den Infiernillo zich zelfs een weg gebaand dwars door het graniet, alsof een paar tunnels voor den bergstroom waren gemaakt ter verlegging zijner bedding.
Nog eene tunnel, nog eene viaduct, over een afgrond, in welker bodem men den bergstroom ziet wegsnellen, en wij bevinden ons aan het einde van de spoorbaan, voor zoover deze voor ons passeerbaar is. We zijn te Anchi, thans een druk station, later wellicht van geene beteekenis; hier ligt de bedding van den Rimac eenige honderden meters lager. De ingenieurs ontvingen ons hier zeer voorkomend en hadden onder andere een aantal stukken gouderts te onzer beschikking gesteld.
Ik gaf mij onderweg den tijd niet om aanteekeningen te maken. Er mocht geen oogenblik verloren gaan om het verbazende schouwspel der natuur op te nemen; ieder oogenblik wijzigde zich het heerlijk schoone, boven alles indrukwekkende tafereel. Uren lang stond ik binnen en wederom buiten den gemakkelijk ingerichten spoorwagen. Vrees of beklemdheid werd niet waargenomen; het gevoel voor het onbeschrijfelijk prachtige van het tafereel drong alle andere gewaarwordingen ter zijde en eene ongekende aandoening maakte zich van ons meester, toen we zoo boven en in en onder de hoogste bergen der aarde, boven, over en langs afgronden heensnelden, altijd hooger en hooger, rechts en links, voor en achter de meest trotsche tafereelen eener majestueus woeste natuur aanschouwende. Allen waren we verstomd — uren lang werd er niet gesproken.
Reeds aan het eerste rechte eind zagen we aan de dikke rookkolommen, die we mijlen ver achter ons lieten, hoezeer de krachtige locomotief zich inspande om te klimmen. IJzingwekkende was het, toen de vlammenbrakende stoomwagen door de eerste tunnel ging en een vuurregen alles was wat