Naar inhoud springen

Pagina:Eene reis om de wereld (Hellema).djvu/119

Uit Wikisource
Deze pagina is gevalideerd

107

men zag. Wonderlijk snel waren we gewoon aan tunnels en afgronden, aan kronkelingen en spiraalgangen!

Enkele punten van de baan, ja meerdere, liggen nog als versch in het geheugen en zullen hieruit wel nimmer verdwijnen, evenmin als zoo menige merkwaardige episode van deze reis om de wereld.

Gedurende den tocht hadden wij steeds den Rimac in 't zicht, die steeds zijne gele wateren, woestbruischende, zeewaarts rolt en stuwt. Nu eens spoorden we gezellig naast den wilden bergstroom, dan weder zagen we hem eenige honderden meters beneden ons; enkele malen, als de weg van den eenen oever op den anderen overging en een schoon vergezicht aanbood langs het Rimacdal omhoog, zagen we den stroom zich bevallig kronkelen als een witte band tusschen de groene boorden, die de bergenrijen scheiden. Als we hem een oogenblik uit het oog verloren hadden, dan vertoonde hij zich weldra weder in zijne geheele woestheid.

Te San Mateo, waar we op de heenreis een half uur toefden, wandelden we in gezelschap van eene karavaan lama's over eene hangende brug, en bleef ik een paar minuten op het midden van deze staan, starende vol verbazing op den bruischenden, dwarrelenden, ziedenden stroom, die in bolvormige, schuimende golven onder mijne voeten voortrolde; oorverdoovend was het gedruisch van den nooit eindigenden strijd, dien de vallende watermassa streed tegen de rotsblokken in haar nauw stroombed.

Boven Anchi zag ik den Rimac tusschen de Andes-toppen te voorschijn treden; hoe gaarne had ik den stroom tot aan zijn oorsprong willen volgen:

Even geel was het water van den Rimac boven aan de brug van Anchi, als beneden bij de bruggen van Lima; de gele klei, die hij medevoert, heeft geen enkel oogenblik tijd om te bezinken. Tallooze kleinere bergstroomen van kristalhelder water zag ik verdwijnen in den gelen Rimac, en slechts op ééne plaats, tusschen Santa Clara en Chosica, alwaar een grootere bergstroom uit een zijdelingsch dal aan den rechteroever van den Rimac zijn helder water met dat van den Rimac vereenigt, zag ik dezen eene korte poos aan het rechtsche gedeelte helderder. Boven Anchi verliest de Rimac weldra zijn imposant voorkomen. Te Matucana, waar we den 16 Maart ontbeten en den volgenden nacht logeerden, bruischt de Rimac statig voorbij het stationsgebouw, tevens logement, en heb ik den stroom den geheelen nacht gehoord als een stormwind, die over de toppen van woudboomen heengaat.

Hoe heerlijk was niet de berglucht! Zoo zuiver, zoo frisch! Barometer en thermometer daalden als om strijd, deze laatste van 24° C. te Lima tot 13° C. te Anchi. Hoe opgeruimd en luchtig, hoe welbehaaglijk gevoelden we ons op deze hoogte, al moesten we ons, wegens het groote verschil in