Naar inhoud springen

Pagina:Eene reis om de wereld (Hellema).djvu/122

Uit Wikisource
Deze pagina is gevalideerd

110

De weg was op te vele plaatsen met klei en steenen bedekt, zoodat het betrekkelijk gering aantal wegwerkers en spoorwegbeambten uren lang werk had om de baan te klaren; met welk werk geen aanvang kon gemaakt worden, voordat het vallen van steenen en het stroomen van water ophield.

Er bleef dus geene andere handelwijze over dan te voet het naaste station op te zoeken, voordat het donker werd; de ingenieurs moesten dit besluit van onzen koenen bevelhebber billijken, hierbij verklarende, dat zij met zulke passagiers de gevaarlijkste tochten zouden willen ondernemen. Op ééne plaats op den weg vielen nog altijd steenen. Met moed passeerden we op een drafje deze gevaarlijke plek, onze kommandant voortaan, terwijl op een afstand spoorbeambten stonden, met hunne fluitjes seinen gevende, om staan te blijven of den draf te versnellen, al naar dat ze de steenen zagen vallen. Behalve dat een onzer in het voeten diepe slik ter zijde van de rails viel, kwamen we gelukkig ook dit gevaar te boven, dat werkelijk zeer groot was, want groote keien sloegen naast ons in den weg. Verheugd en opgewekt, hoe nat en bemorst we ook waren, wandelden we nu verder onder een zachten regen langs de spoorbaan naar Matucana. Hier vonden we een goed diner en werkelijk goede logeerkamers, 2 à 3 bedden op eene kamer.

Den volgenden morgen ten 7 ure was onze wakkere conducteur met den trein te Matucana en nam ons weder op. Te Chosica moesten we wachten op den gewonen trein, die ten 9 ure van Lima vertrokken was. Ten 12 ure bevonden we ons a/b. Curaçao terug.

 

Omtrent dezen merkwaardigen tocht zond onze kommandant het volgende rapport aan den Minister van marine (zie Jaarboek van de Kon. Ned. Zeemacht 1875—76).

""Toen de regeering van Peru ons op den 16 Maart jl. eene gelegenheid aanbood tot het gaan zien van de Oroyabaan, een spoorwegwerk van zeer buitengewonen aard, en de officieren aan boord van de Curaçao zeer genegen waren om van dit aanbod gebruik te maken, achtte ik mij verplicht, ons vertrek van de reede van Callao, dat reeds op den 16 Maart was bepaald, een dag uit te stellen.""

""Dewijl de hoofdingenieur van den genoemden spoorweg mij had verteld, dat wij, 's morgens ten 6 ure van Callao vertrekkende, aldaar gemakkelijk voor 9 uur 's avonds konden terug zijn, en alle beschikkingen, die daartoe noodig zijn, zouden genomen worden, zoo bleef er van de luitenants ter zee slechts één aan boord.""

""Ons uitstapje over de Andes werd echter niet binnen den bepaalden tijd