Naar inhoud springen

Pagina:Eene reis om de wereld (Hellema).djvu/124

Uit Wikisource
Deze pagina is gevalideerd

112

vertrokken betaalmeester, besloten wij den steenregen in een gunstig oogenblik te voet te passeeren en te beproeven, of wij het station te Matucana konden bereiken, tot het verkrijgen van een goed onderkomen gedurende den nacht. (Ontmoetingen met roovers schijnen in die streken niet zeldzaam te zijn)""

""Bij dien tocht zakten eenigen van ons gezelschap nu en dan een voet of drie in den modderigen grond bezijden de leggers van de rails, doch geen hunner werd door de vallende steenen getroffen. Kort na onze komst te Matucana hield het op met regenen. De trein bleef dan ook behouden, doch kon zijne reis niet voortzetten vóór den volgenden morgen tegen 9 uur, nl. niet vóórdat men de op de rails gevallen steenen had opgeruimd""

""Te Chosica halt houdende om den trein van Lima af te wachten en te dejeuneeren, vertelde ons de stationschef dier plaats, dat hij gedurende den nacht drie telegrammen van den Consul-generaal der Nederlanden had ontvangen, om te vragen wat de reden was, dat wij nog niet terug waren gekomen. Twee op mijn verzoek gezondene telegrammen van Matucana, een naar onzen Consul-generaal te Lima, en een naar zijnen agent (onzen leverancier) te Callao, zijn, naar het schijnt, niet terecht gekomen. Door de slechte bezorging of de slechte afzending van mijn telegram naar Callao bleef de wachthebbende officier op de Curaçao onbekend met ons wedervaren en bleef dientengevolge eene naar den wal gezondene sloep den geheelen nacht op ons wachten.""

""Toen wij op den 17 Maart allen behouden aan boord van de Curaçao waren teruggekomen, wilde ik Peru niet verlaten, voordat ik den Minister van Binnenlandsche Zaken, den heer Aurelio Garcia y Garcia, nogmaals in persoon mijnen dank had betuigd voor de ons betoonde beleefdheden.""

""Het verdient misschien opmerking, dat de heer Garcia niets had vernomen van het door ons ondervonden oponthoud op onze spoorwegreis van Puente di Anchi naar Callao en dat de heer Canevaro, wiens kanselier de genoemde reis heeft meegemaakt, mij niets vertelde van door hem verzonden en ontvangen telegrammen en de door ons ondervonden tegenspoeden slechts ter sprake bracht tot het plaatsen van de opmerking, dat hij vroeger nooit iets had gehoord van het vallen van steenen op de Oroya-baan.""

""lk heb natuurlijkerwijze mijn best gedaan om bij mijn gesprek met de heeren Garcia en Canevaro, het minder aangename van onzen tocht naar de Andes zoo min mogelijk aan te roeren en mij te bepalen tot het uitspreken van mijne waardeering van de door ons geziene reuzenwerken, die werkelijk de bewondering van een ieder verdienen. ""

 

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .