Naar inhoud springen

Pagina:Eene reis om de wereld (Hellema).djvu/125

Uit Wikisource
Deze pagina is gevalideerd

113

""Ik moet hier nog mededeelen, dat een te Callao wonende Duitscher mij heeft verteld, dat het van algemeene bekendheid is, dat de toestand van de Oroyabaan tusschen Matucana en Tambo Viso nog veel te wenschen overlaat; dat bij regenachtig weder aldaar meermalen ongelukken zijn gebeurd; (zie "la Revue des deux mondes" Janvier '74) dat het wel is waar, in den regel niet voor den middag regent en de afvaarturen van de gewone treinen zóó geregeld zijn, dat zij het station Matucana vóór 12 uur passeeren, doch dat het plan om het bedoelde gedeelte van den genoemden spoorweg door het maken van een tunnel te verbeteren, toch al meermalen is ter sprake gebracht.""

 

 

Klimaat van Lima en Callao. Het algemeen verspreide gezegde: "en Lima no llueve", ""te Lima regent het niet,"" is niet ten volle waarheid. Het regent er wel, doch de regendroppels zijn uiterst fijn. In zoogenaamde regenachtige jaren kan de hoeveelheid gevallen regen zelfs 400 m.m. bedragen. Den 11 Augustus 1850 onder andere regende het zelfs zoo overvloedig te Lima en Chorillos, dat de daken doorlieten en men zelfs vaatwerk moest plaatsen om het hemelwater op te vangen. Eene regenbui, eene enkele stortbui, zooals men in de tropen veelal ziet vallen, zou voor Lima, Chorillos, Callao, zelfs voor Valparaiso en Santiago, en ongetwijfeld voor de meeste plaatsen dezer streken, eene ware ramp zijn, omdat geheele wijken opgetrokken van en gedekt zijn door gedroogde aarde. Het gebruik van dit materiaal in deze streken is reeds een bewijs zoowel van de geringe hoeveelheid hemelwater die valt, als van de zachte en langzame wijze waarop deze hoeveelheid valt,

De volgende opgave geeft van deze vochtigheid en gevallen regen een overzicht: