Naar inhoud springen

Pagina:Eene reis om de wereld (Hellema).djvu/17

Uit Wikisource
Deze pagina is gevalideerd

5

gebruikt kon worden, Terstond na het ongeluk wordt bevel gegeven weder te stoomen; doch de ketels, pas leeggespuid en dus nog heet, moeten langzamerhand gevuld worden teneinde ongelijke uitzetting te voorkomen. 's Namiddags ten 6u zijn we weder onder stoom. Het is een groot geluk dat we dezen dag schoon weder hadden, eene bramzeilskoelte, die tegen den avond uit het NW. blies met klimmenden barometer.

De kommandant begreep dat we eene haven moesten binnenloopen om de belangrijke haverij te herstellen. Doch welke? wij waren 12 zeemijlen van Brest en 30 van Plymouth. In den nacht kon Brest niet aangedaan worden, doorstoomende kon even spoedig de laatste plaats bereikt worden. Tot dit laatste werd des avonds laat besloten en dus koers gezet naar de Engelsche kust. Een teleurstellend vooruitzicht, op onzen weg terug te keeren! Doch 's nachts veranderde het plan, wegens heviger wordenden Noordelijken wind. Er werd dus besloten eene plaats aan de Portugeesche kust op te zoeken. Het schip werkte sterk, wij slingerden ter dege, in de nanacht; — gelukkig was de fleet geborgen. Het prachtige draailicht van Ouassant (bij Brest) was 's nachts ten 2u zichtbaar.

20 Oct. We stoomden en zeilden met eene 6 mijls vaart, in ZW. richting. — Ik had gelegenheid het gebroken deel van de steng nader te bezichtigen. Op de plaats der breuk bevinden zich 6 groote noesten in een kring. Een der noesten was zelfs vervangen door een stuk vreemd hout. Er was uitwendig niets te zien geweest, door de dikke laag harpuis. Op het oogenblik dat de steng brak, had de uitkijk op de voormarsrâ tegenwoordigheid van geest en vlugheid genoeg om zich te redden.

22 Oct. Wij avanceeren langzaam, stoomende en zeilende, gister eenige uren bijliggende, zijnde de wind vrij hevig en genoegzaam zuid,

23 Oct. Wij vorderen weinig. De zachte luchtsgesteldheid verraadt reeds de nabijheid van een zacht klimaat. We zijn dan ook nabij Spanje, ongeveer 12 mijl ten westen van Kaap Finisterre. Heden voormiddag hadden we Noordenwind, de zoogenaamde "Portugeesche Noord", die het schip weldra 4 à 5 mijl deed vooruitgaan, waarom met stoomen wordt opgehouden; het water wordt echter in de ketels gelaten, de vuren uit. Van de kalmte en betrekkelijke rust wordt gebruik gemaakt om het meeste vuil weg te spoelen, de equipage te laten wasschen en hier en daar den boel op te redderen. Het is dus een dag van verademing, men kan weer behoorlijk op zijne beenen rechtop loopen, terwijl gedurende de laatste 5 dagen het aanhoudend slingeren, nu en dan zeer erg, ieder dwong tot het aannemen der wonderlijkste lichaamshoudingen, zoowel in beweging en in staande houding, als zittende en liggende. Zoo herinner ik mij, voor ruim 23 jaar, aan boord van