Naar inhoud springen

Pagina:Eene reis om de wereld (Hellema).djvu/172

Uit Wikisource
Deze pagina is gevalideerd

160

wijsheid van haar hoofd is het overgelaten, het geheel te leiden, in stand te houden. Groot is zijne verantwoordelijkheid! Doch kunt ge u een staatstoestand denken, waarin het eenhoofdige bestuur noodzakelijker is?

Gij, bewoner der vaste aarde, aanschouwt in de zon de bron van warmte en licht, de oorzaak van dag en nacht, de bewerkster der jaargetijden! Doch voor ons is ze de wegwijsster. In onze richting volgen we haren loop. Elken morgen rijst ze achter ons omhoog, elken avond daalt ze vóór ons onder de kim. De elkander controleerende tijdmeters vertellen ons, hoeveel we vorderen op onze reis rondom den aardbol. Want we maken onze dagen langer, dewijl we ons bewegen in dezelfde richting als de schijnbare beweging der zon. Vóórdat wij de koningin des dags zien verschijnen, uren vooraf was ze reeds zichtbaar voor de bewoners van het lieve vaderland — of, wilt ge 't anders: zoodra we den halven omtrek der aarde overschreden hebben, zal onze opkomende zon eerst na vele uren voor het vaderland zichtbaar worden.

Daarom, heden den 4den Juni, Vrijdag, waarop we 180 graden in lengte met Greenwich verschillen, — daarom hebben wij morgen den 6den Juni, Zondag, ten einde vrede te houden met de groote maatschappij, die we zoo vurig hopen terug te zien! Plechtstatig wordt het door den kommandant aan zijne onderhebbenden bekend gemaakt, dat van den kalender zal worden afgeweken, dat de maand Juni van dit jaar voor ons 29 dagen zal hebben, en de eerste week een dag minder zal tellen; dat de naaste dag des Heeren een etmaal zal vervroegen, om Hem ons dankgebed op te dragen! Bereidwillig en onderwijzend verklaart de bevelhebber aan de oningewijden op zijnen bodem, hoe het komt, dat ze een dag minder in hun leven tellen, zonder dat daardoor hun leven één oogenblik wordt verkort.

Den 18den Juni passeeren we wederom den kreeftskeerkring, terwijl de zon ten 12 uur in het toppunt staat. De parallel van 18°30' is sedert den 13den Juni verlaten; de poolster staat elken avond hooger; — de zon komt niet meer precies achter ons op, gaat niet meer precies vóór ons onder. Doch de verfrisschende wind, die de zeilen deed zwellen, heeft ons verlaten. Wederom beschijnt de zachte maan ons avondpad, doch ze blijft alweder elken avond langer ten achter.

Spiegelglad is het watervlak, brandend heet de warmte van den dag. Daar ligt ze, de trouwe Curaçao, die zich zoo dapper weerde — machteloos hangen de breede zeilen aan de hooge masten — ze is vermoeid, en blijft op de plaats in rust.

Uit de diepte van het grondelooze, blauwe water schieten opaliseerende stralen stervormig te voorschijn, als de weerglans van het zonlicht uit de diepte.