Naar inhoud springen

Pagina:Eene reis om de wereld (Hellema).djvu/194

Uit Wikisource
Deze pagina is gevalideerd

182

oostwaarts eigenlijk bij de straat van Akashi no Seto, niet ver ten westen van Hiogo. Gister hebben wij gestoomd, ook tusschen land aan weerskanten, en passeerden we heden nacht straat Isumi.

We bleven te Hiogo nagenoeg twee dagen, welken tijd ik mij ten nutte maakte met wandelingen. Zulk een lief, schilderachtig oord heb ik op de geheele reis nog niet ontmoet. De djinrikisjah maakte het ons alweder zeer gemakkelijk. We bezochten den vermaarden waterval van Hiogo, aan den voet van het gebergte, een uurtje rijdens. Een paar heerlijke uurtjes brachten we hier door, na het eenigszins vermoeiende klimmen; doch de moeite werd rijkelijk beloond. De vallende waterstroom is niet breed, de valhoogte niet aanmerkelijk, doch de door steile wanden begrensde ruimte, waartoe de zon niet doordringt, de waterkom die het vallende water opvangt, het ruime en nette theehuis alwaar aardige japansche meisjes den bezoeker thee en gebak aanbieden, terwijl men zich onder een afdak vermaakt met het zien naar den waterval, waardoor men bespat wordt, — dit alles is voor den bezoeker zeer aantrekkelijk, en met tegenzin verwijdert men zich. Een anderen keer strekten we onze wandeling uit naar een nabijgelegen Boedhatempel, omgeven door een bosch van hoogopgaand geboomte met wandelpaden tusschen de boomen, en hier en daar vijvers met plompen.

Osaka met de havenstad Hiogo behooren tot de voor het verkeer met vreemdelingen opengestelde plaatsen van Japan. Er bestaat vooral handel in zijde, doch was deze handel tijdens ons bezoek zeer gedrukt.

3 Aug. Gisteravond vertrokken we van Kobé en passeerden hedennacht straat Akashi no Seto. We zijn in de bekoorlijke Japansche binnenzee. De vaart in deze eilandenzee is niet zonder gevaar, wegens de stroomen die er loopen; doch onze bekwame loods Oliver Smith boezemt vertrouwen in.

lk was den geheelen dag op het dek; het is jammer een enkel oogenblik het prachtige gezicht te missen, want overschoon is de vaart op de spiegelgladde binnenzee, langs honderden en honderden eilanden en eilandjes, te midden van taallooze prauwtjes, in gezelschap van ons achteroploopende stoombooten, waaronder de Hertha.

In de verte, rechts en links, het hooge land met de bergtoppen, van Nipon, Sikok en Kiusiu. Gedurig aardige valleitjes met groote dorpen, steden en kasteelen van vroegere daimio's; gedurig groenende eilandjes met vuurtorens. De warmte is dragelijk; tot mijne verwondering vind ik de temperatuur alhier lager dan in de baai van Yeddo; de oorzaak van dit verschil is mij onbekend; Tokio ligt 1½ graad noordelijker dan Hiogo. Met eene zevenmijls vaart stoomden we steeds door, geleid door onzen ervaren loods, een noorman van geboorte, Amerikaansche burger, thans inwoner van Kobé,