Naar inhoud springen

Pagina:Eene reis om de wereld (Hellema).djvu/202

Uit Wikisource
Deze pagina is gevalideerd
 

XVIII. VERBLIJF NABIJ EN TE SHANGHAI.

(Op de rivieren Yang-tze-Kiang en Woosung.)

Van den 10 tot den 24 Augustus 1875.

 

In den vroegen morgen van den 11 Augustus werd het anker gelicht en stoomden we den wijden mond op van den zuidelijken zeearm van den reuzenstroom, wiens oorsprong gedeeltelijk in Thibet ligt, en die zich van het westen naar het oosten door geheel China heen een weg baant ter lengte van 670 geogr. mijlen; de eerste helft door bergachtige landen, later door vlakke streken terwijl hij alsdan voor groote schepen bevaarbaar is. De troebele, vuil gele, zeewaarts rollende golven klievende, stoomde de Curaçao langs den lagen rechter oever en kwam deze met een vuurtoren en karig geboomte weldra in 't zicht.

Na weinige uren kwamen we weder ten anker, thans nabij de inmonding van de rivier Woosung in de Yang-tze-Kiang, niet ver van het groote Chineesche dorp Woosung; hier lagen twee groote Chineesche oorlogsjonken, ieder gewapend met een achttal kanonnen op zeer primitieve affuiten, en bemand met eene betrekkelijk zeer talrijke equipage. Van deze oorlogsschepen van het Hemelsche Rijk werd door de Curaçao geene de minste notitie genomen. Volgens de seinen aan den hoogen seinpaal (semaphore), die aan den linkeroever van de Woosung, op eenigen afstand van de binnenbank in de rivier is opgericht, en welke seinen op den afstand, waarop we ons bevonden, met den kijker werden waargenomen, stond er voor de Curaçao geen water genoeg op de bank en moesten we daartoe nog eenige uren wachten. Onze loods voor Shanghai was reeds te Nagasaki aan boord gekomen. Ten 5 uur des namiddags, bij klimmend water, stoomden we de Woosung op, over de bank heen. De boorden van deze rivier, zoo breed als de Maas voor Rotterdam, herinneren aan een Hollandsch landschap. Vanaf de campagne van de Curaçao ziet men over de lage rivierdijken de weilanden met roodbonte runderen, hier en daar eene landhoeve met laag geboomte, misschien wel knotwilgen, een enkel dorpje aan eene opvaart van de rivier.

Op korten afstand van de Europeesche nederzettingen, komen we in de rivier des avonds ten 7 uur ten anker.