205
Tagalen vormen de groote meerderheid der aan Spanje onderworpene bevolking van de Philippijnsche eilanden; ze behooren tot het Maleische ras en spreken eene taal, die met het Maleisch groote verwantschap heeft. Alle Tagalen zijn christenen en leven onder het bestuur hunner "padras", rustig in de dorpen.
De Chineezen, de nakomelingen van Chineezen en Tagalen en die van Spanjaarden en Tagalen, zijn zeer menigvuldig, vooral in de hoofdstad. Hoe geheel anders is de verhouding van de Spanjaarden tot de inheemsche bevolking van Luzon als van de Nederlanders tot de inlanders op Java. Te Manilla dezelfde taal (Spaansch), dezelfde godsdienst. De Spanjaard heeft beide aan de Tagalen opgedrongen. Het gekruist ras schijnt alhier meer levensvatbaarheid te bezitten dan op Java. De Spanjaard is voor eene blijvende kolonisatie in de tropen geschikter, misschien omdat er nog Phoenicisch en Moorsch (Afrikaansch) bloed in zijne aderen stroomt. De Spanjaarden noemen zich te Manilla "Hyos del pais"; het repatriëeren ligt niet in hun verschiet.
De Philippijnsche eilanden bloeien niet, wegens den vorm van bestuur, het ultra-monopoliestelsel, de wanbetalingen van het gouvernement te Madrid. En toch is de bodem op de meeste plaatsen verbazend vruchtbaar, de hulpbronnen des lands zijn zeer vele, de bevolking is grootendeels goedaardig.
Deze belangrijke archipel, zich uitstrekkende ongeveer van 5° tot 18° N.Br. en van 120° tot 127°. O.L.Gr., staat onder souvereiniteit van Spanje. Magelhaens en na hem (de beroemde zeevaarder liet in 1521 op een dezer eilanden, Zeboe, het leven, bij gelegenheid van een gevecht met inboorlingen) Legaspi veroverden voor de koningen van Spanje deze in het Verre Oosten gelegene landen, die reeds vele jaren vóór de komst der Spanjaarden aan de Portugeezen bekend waren, welke er handel dreven. Het is vrij zeker, dat in de negende eeuw Mahomedaansche stammen van Maleisch ras zich op de kusten van de Philippijnsche eilanden hebben nedergezet, waarbij de inboorlingen naar de bergachtige binnenlanden verdrongen werden. Na de komst der Europeanen werd de Mahomedaansche godsdienst door den christelijken verdrongen en was de groote ijver der Spaansche geestelijke orden een machtige hulp voor de uitbreiding en instandhouding van het Spaansche gezag. Er bestaan echter nog onafhankelijke stammen, die den Koran behouden hebben, terwijl in de binnenlanden een groot aantal stammen hunne onafhankelijkheid handhaven. De jongste Spaansche schrijvers, zoowel als de officieele opgaven, geven aan dat op Luzon en verder op Mindanao en de Visaya-groep ruim, 7 millioen inwoners onder Spaansch gezag staan. Doch dit gezag laat veel te wenschen over, als noodwendig gevolg van de