217
de Zeeland. Weldra zouden we elkander veel te vragen, veel te vertellen hebben. Onze gemoedsstemming was eene opgewekte, dankbare: we hadden eene behoudene reis gemaakt, het doel der reis was bereikt. Wel is waar werd dit dankbare gevoel bij de meesten onzer getemperd door het vooruitzicht van eerst over een drie- of viertal jaren te mogen repatrieeren en in dien tijd veel te zullen ondervinden naar lichaam en geest, wat minder gewenscht wordt, — doch de groote reis is achter den rug.
Weldra was ik op weg naar Weltevreden; een onzer officieren, die reeds eenige dagen aan hevige koortsen leed, in het Hospitaal bezorgende; hier vond ik een groot aantal officieren van gezondheid en heerschte overal in het gebouw eene groote drukte; mij ontbrak de gelegenheid de kennismaking te vernieuwen met deze belangrijke ziekeninrichting, die ik voor vele jaren zoo dikwijls en dagen achtereen bezocht. Voor hem, die in onze Oost-Indië als geneesheer zal optreden, bestaat er geene betere gelegenheid om spoedig ingewijd te worden in den aard en de behandelingswijze der tropische ziekten, dan gedurende eenige weken in dit groote hospitaal werkzaam te zijn.
Al spoedig was ik in het bezit van den dienstbrief, waarbij ik bestemd werd om terstond te repatrieeren, wegens overcompleet in mijn rang. De eerste gelegenheid daartoe bestond per Fransche mail.