Naar inhoud springen

Pagina:Eene reis om de wereld (Hellema).djvu/240

Uit Wikisource
Deze pagina is gevalideerd

228

doen. Den 16 April 1865 komen de eerste vaartuigen rechtstreeks van Port-Saïd over Ismaïlia door het zoetwaterkanaal te Suez aan, en wordt deze waterweg geëxploiteerd tot aan de voltooiing van het maritieme kanaal van Port-Saïd naar Suez. Het geïsoleerde en vergetene Suez, door eene uitgestrekte woestijn omgeven, is eene wereldvermaarde zeehaven geworden, gelegen aan de uitwatering van den Nijl in de Roode Zee.

We zien meer oostwaarts, nabij den ingang van het Suez-kanaal den spoorweg zich verlengen tot aan de hier gelegene dokken. Ook de mailbootmaatschappijen hebben alhier hare reparatie-werven. Na de voltooiing van het Suez-kanaal is de bloei van Suez verminderd; het vertier met Caïro (thans over Ismaïlia) is afgenomen; het drukke verkeer tusschen Europa en Indië passeert langs Suez. Als een der beide einden van het kanaal is Suez echter steeds van gewicht.

Na twee uur vertoevens ter reede, laten we Suez links liggen en stoomen het kanaal in; de zeehoofden van dezen ingang maken weinig indruk.

 

Het Suez-kanaal. Met groote belangstelling moet ieder, die voor de eerste maal in het Suez-kanaal zich bevindt, vervuld zijn omtrent alles, wat betreft dit wereldberoemd kanaal, waardoor Ferdinand de Lesseps zijn naam heeft vereeuwigd. Aan Napoleon I komt de eer toe, den eersten stoot te hebben gegeven aan de voorbereidende onderzoekingen. Den 26 Dec. 1798 kwam Napoleon te Suez aan (men wijst den reiziger het huis, alwaar de veldheer zijn intrek nam) en onderzocht vanhier zelf het omliggende terrein, eene commissie benoemende om hem voortelichten omtrent het plan der doorgraving van de landengte. Deze commissie, waarvan Lepère het hoofd was, bracht 39 maanden, dikwijls met groot levensgevaar, in de woestijn door, en rapporteerde aan Napoleon, dat het mogelijk was, een kanaal te graven van Suez naar Pelusium. Napoleon meende dat dit werk zijne krachten te boven ging, doch dat het eenmaal door het Turksche rijk zou tot stand kunnen komen. Het rapport van Lepère deed in 1881 bij F. de Lesseps, toen consul-leerling te Tunis, het denkbeeld ontstaan, dat weldra voor hem levensdoel werd, nl. zich toe te wijden aan de doorgraving der landengte. Toen zijn vriend Mohammed-Saïd in 1854 onderkoning van Egypte werd en met zijn plan zeer ingenomen was, kwam er uitzicht op verwezenlijking. Aan het groote verschil in hoogte van de Middellandsche en Roode Zeeën, door alle eeuwen als waarheid aangenomen, zelfs door Lepère, geloofde de Lesseps niet. In 1854 stelde de Lesseps aan Mohammed-Saïd eene memorie ter hand over de doorgraving der landengte, opgemaakt met behulp van de Egyptische ingenieurs Linant-Bey en Mougel-Bey, waarop de