229
onderkoning hem concessie gaf voor de doorgraving en hem machtigde eene maatschappij op te richten onder den naam van "Compagnie universelle du canal maritime de Suez," met de Lesseps tot directeur. Door de bemoeiingen van de Lesseps constitueerde zich in het laatst van 1855 eene internationale commissie, om hem voor te lichten; deze commissie, waarin voor Nederland de ingenieur van den waterstaat Conrad zitting had, keurde het plan goed, met de raming der kosten van 200 millioen francs. Nu brak voor de Lesseps de moeielijke tijd aan: wie zou het gelooven, de Engelsche regeering, met name Lord Palmerston, bestreed de mogelijkheid van uitvoering en het nut der doorgraving! Tien jaren lang heeft Engelands regeering de Compagnie universelle du c.m. de S. gedwarsboomd, eerst door openlijk verzet, later door bedekte diplomatieke handelingen, door bedreigingen aan den onderkoning van Egypte, door haast ondenkbare middelen (in 1859 waren Engelsche handlangers in de landengte bezig om de Fellah's met stokslagen te beletten aan het kanaal te werken, waarop de Lesseps 2000 werklieden wapende). In dit tijdperk vertoonde de Leseps zijne bekwaamheid en tact. Hij wist de Porte op zijne hand te krijgen; hij deed in 1857 eene merkwaardige reis door de ten opzichte zijner zaak invloedrijkste steden van Europa; niet zooals Peter van Amiëns, die ruim 7½ eeuw vroeger Europa doortrok om de volkeren optewekken tot het ten strijde trekken tegen de volkeren van het oosten, doch om de volkeren van het westelijk Europa belangstelling in te boezemen voor een reuzenwerk, waardoor de volkeren van het Verre Oosten met hen nauw verbonden zouden worden. En dat deze prediking van de Lesseps geene prediking was in de woestijn, werd bewezen door het feit, dat op het einde van 1858, weinige dagen na de opening der inschrijving, deze volteekend werd; het kapitaal van 200 millioen francs was voor de Comp. univ. beschikbaar.
Den 25 April 1859 werd de eerste spade in den grond gestoken voor het groote werk, ter plaatse waar spoedig Port-Saïd zou verrijzen. Met eene keurbende van ingenieurs en ambtenaren trok de groote man aan 't werk; de Lesseps wist wat hij wilde; in alles had hij voorzien; op alles was hij bedacht. Dr. Aubert-Roche was werkzaam als directeur van den geneeskundigen dienst. De bevolking der aangrenzende streken was met het werk zeer ingenomen; Egyptenaren (Fellah's), Arabieren en Syriërs stroomden van alle kanten als werklieden toe; ze werden goed behandeld, goed betaald. Welk eene werkzaamheid spreidde de Lesseps ten toon! Gedurig te Parijs vergaderingen van de aandeelhouders presideeren, om den invloed van Palmerston te fnuiken; het groote werk verdeelen en aan bekwame handen toevertrouwen; aan politieke en technische hinderpalen het hoofd bieden — doch hij ging