232
onder het zond bedolven zijn de oude stad Heroopolis (Pithom, Exod. 1: 11), liggende aan de vroegere golf van Heroopolite. Tusschen deze vroegere noordpunt der Roode Zee en de steden Mansoura (vroeger Tanis) en Zagazig (Bubastis) strekte het landschap Gosen zich uit, ten tijde der Israëlieten rijkelijk besproeid door de oostelijke nitwateringen van den Nijl en daardoor uitermate vruchtbaar, doch thans grootendeels eene zandwoestijn. Aan den westkant van Serapeum zijn nog gedeelten gevonden van de bedding van het kanaal van Darius.
Weldra bereiken we het punt genaamd Toussoum (k.m. 85) en staakt de Anadyr plotseling de vaart: we mogen niet verder; het is 6 uur en van 's avonds 6 uur tot den volgenden morgen 6 uur moeten alle vaartuigen blijven waar ze zich bevinden, als veiligheidsmaatregel. We liggen hier tusschen zeer hooge wallen; het beklimmen dezer is nog al lastig, zou door den kommandant der Anadyr ook niet worden toegestaan. Wij zitten gezellig in groepen onder de tent en wordt er veel gesproken over dit belangrijk gedeelte van de reis. De doorgraving van het gedeelte der landengte, waar we ons thans bevinden, tusschen het meer Timsah en de Bittere Meren, welk terrein gewoonlijk Serapeum wordt genoemd, is op eene zeer ingenieuse wijze voleindigd, evenals in het hoog terrein ten noorden van het meer Timsah. Nadat nl. eene geul gegraven was, breed en diep genoeg voor een baggermolen, werd het water van den Nijl in deze geul geleid en werden de menschenhanden door stoomkracht vervangen. Te Toussoum werd bij het graven veel fossielhout gevonden.
31 October. De Anadyr vervolgt ten 6 uur haren tocht; een uur later worden we bevrijd van de hooge wallen en stoomen door het meer Timsah of krokodillenmeer, zien in het noordwesten de stad Ismaïlia, vlak vooruit. Halverwege het meer maakt het nauwkeurig afgebakende vaarwater een hoek en hebben wij den ingang van het kanaal ten noordoosten voor ons, alwaar het terrein vrij hoog is.
Het meer Timsah werd in overoude tijden gevormd door eene afwatering van den Nijl in het hier aanwezige bassin. Toen de oostelijke delta-armen minder beteekenis kregen, hetzij door afdammingen, hetzij door verzanding, droogde ook het meer uit. Reeds Rhamses III zoude hierin hebben willen voorzien, doch het is ontwijfelbaar, dat koning Necho omstreeks 600 v. C. aanving een kanaal te graven, dat ten doel had dit gedeelte van Egypte te besproeien; hij groef dit kanaal van af Bubastis (het hedendaagsche Zagazig) tot aan Heroopolis, volgens Plinius lang 92 k.m.; er stierven volgens Herodotus 120.000 menschen bij het graven. Het kanaal van Darius werd mede verlengd tot het meer van Timsah, zoodat er in deze oude tijden