Naar inhoud springen

Pagina:Eene reis om de wereld (Hellema).djvu/37

Uit Wikisource
Deze pagina is gevalideerd

25

De stad wordt van drinkwater voorzien door een stelsel van toevoer- en distribueerbuizen ter lengte van 360 kilometer, waardoor dagelijks voor elken bewoner 70 liter water geleverd wordt. Alsof zulks nog niet voldoende ware, worden er maatregelen genomen om eene nog grootere hoeveelheid van het heerlijke bergwater in de stad te voeren. Wordt dit plan volvoerd, dan is zeer zeker de stad Rio de J. van alle steden der aarde het rijkst voorzien van water. Voor de tegenwoordige behoefte is nog voldoende de voor eene eeuw gebouwde waterleiding van Carioco, met 80 bogen over het dal tusschen de Santa Thereza en S. Antonio bergen. In de stad en voorsteden vindt men op de meeste hoeken en straten en op de pleinen, kranen en fonteinen.

In den bodem der stad bevindt zich een riolenstelsel, dat evenwel vrij doelloos is, dewijl de noodige hoeveelheid water, ter doorspoeling, in den regel ontbreekt. Verstopping komt dus veelvuldig voor en bij veel regen worden de straten, die in het midden veelal geulvormig zijn aangelegd, in opene riolen en moerassen veranderd. Bij regenachtig weder heeft de stad een bijzonder morsig voorkomen. Sedert mijn bezoek in 1850 is in dezen ontzaglijk veel ten goede veranderd. Toen zag men bij elke fontein een tal van lijders aan elephantiasis en behoorden straatsteenen tot de zeldzaamheden. Nog in 1857 is Dr. Karl von Schertzer, de begaafde schrijver van de "Reise der Oesten. freg. Novarra um die Erde", verontwaardigd over het gebrek aan openbare reinheid van Rio de J. Daarna is er verandering gekomen; — men ziet op straat niet meer de ongelukkigen, die thans in de gestichten een onderkomen vinden. In de voorstad S. Christophio bevindt zich het gesticht voor behoeftige lijders aan elephantiasis graecorum, thans ten getale van 80. Onlangs belangrijk uitgebreid, heeft het een jaarlijksch inkomen van ruim 100,000 milréis (in Brazilie zijn 750 réis in waarde gelijk aan 1 gulden) waaronder 2,000 Staatssubsidie. Overal in de hoofdsteden des lands worden dergelijke inrichtingen aangetroffen, onder andere in het tegenover Rio de Janeiro gelegene Nictheroy (Asylo de Santa Leopoldina). De eigenlijke stad is geheel bestraat en door gas behoorlijk verlicht.

Het plaveisel is evenwel slecht onderhouden, vooral daaraan toe te schrijven, dat het, uitgezonderd in de Rua de Reita, naar het midden afhelt, hier de goot vormende, waarlangs de afvoer van hemelwater plaats vindt. In vele der nauwe straten ligt aan eene of aan beide zijden der goot een tramspoor en blijft er alsdan geen plaats voor een smal trottoir. Toch passeeren aldaar prachtige equipages, tramwagens en talrijke wandelaars elkander, wat vooral in de aanzienlijkste straten het geval is. Een niet onbelangrijk voordeel heeft de nauwte dezer straten en de hoogte der huizen: de wandelaar is er beschut tegen de brandende zonnestralen; dit ondervindt men het best, als men zich