43
"Evenmin kwamen chirurgische ziekten, verwondingen of accidenten van eenige beteekenis voor. De equipage verkeert alzoo in een gewenschten gezondheidstoestand, eet met smaak, is opgeruimd, waarmee het uiterlijk in overeenstemming is. De voortdurende zorg voor alles, wat de hygienische verhoudingen der scheepsbemanning betreft, wordt den geneesheer gemakkelijk gemaakt door den kommandant en den eersten officier, die steeds alles op hoogen prijs stellen en bevorderen, wat voor het lichamelijke welzijn der menschen dienstig is."
"Den 26sten December was het reeds 's namiddags 1½ uur geworden toen we de reede van Rio de Janeiro stoomende verlieten; we hadden alhier tot buurman gehad het Pruisische oorlogsstoomschip Hertha, kommandant Knor, die eene instructiereis met adelborsten rondom de wereld deed, doch in tegenovergestelde richting als wij. Wij bewonderden de zuinigheid van den Duitscher, die achter op het dek twee achterlaadkanonnen van klein kaliber voerde, waarmee hij steeds het saluut deed, terwijl wij, evenals ieder fatsoenlijk oorlogsschip, daartoe de batterij van zware kanonnen bezigden. Er lagen weinige oorlogschepen op de reede, een paar kleine Brazilianen lagen achter het eiland "das Cobras" en op de reede lag nog een Engelsch observatieschip; zoodat we noch bij de aankomst, noch bij het vertrek veel kruid behoefden te verspillen. — We stoomden statig tusschen de beide forten (het tolhek van de baai) heen, en verlieten alzoo de prachtige baai. Een uur later waren we reeds in vol zee, met een hevigen wind uit het Zuid-Westen, zoodat de Curaçao, die acht dagen lang zoo kalm gelegen had, weer vrij wat bewegingen maakte. Weldra verdwenen de toppen van den reus, die zich thans evenwel onder geheel andere vormen voordeed, uit ons gezicht.
Voor het eerst gedurende de reis hadden wij, ik vooral, veel last van de ruimstank in onze hutten: een ware plaag; alle toegangen tot de inhouten van het schip, zelfs de patrijspoortjes van binnen, moesten zorgvuldig gesloten worden. Gelukkig werd het dagelijks minder warm op 't dek, zoodat de keerkringskleeding weder voor het tenue in 't blaauw plaats maakte.
28 Dec. De gelegenheid is vrij goed. Met marszeilen, onderzeilen en langscheepsche zeilen, bij den wind, Zuid liggende, Z. en O. koers, loopen we 8 mijl. De zon gaat kwart voor 7 u. onder.
30 Dec. Schoone gelegenheid; koers Z.W. nu en dan loopen we 10 à ll mijl. De equipage eet heden voor het eerst geconserveerd vleesch in blikken, dat op mijn advies te Rio de J. is aangekocht, in plaats van zout vleesch. Dit bevalt uitmuntend, en geen wonder: het zijn uitmuntende Australische blikken.