61
vele privileges werd bedeeld. Vicente Perez Rosales gaf in 1857 te Hamburg een geschrift uit "Essai sur le Chili," waarin over deze kolonie veel wetenswaardigs wordt medegedeeld. Te Port Famine, eenige mijlen zuidelijker aan hetzelfde strand, had het Chiliaansche gouvernement in 1843 eene strafkolonie gesticht.
Hier was het dat in 1581 Sarmiento, met 23 schepen en 2500 man uitgezonden om in deze straten koloniën te stichten, 400 mannen en 80 vrouwen achterliet, met leeftocht voor 8 maanden. Sarmiento werd door de Engelschen gevangen genomen en de ongelukkige volkplanting werd vergeten, althans aan haar lot overgelaten, zoodat slechts 12 mannen en 3 vrouwen nog leefden, toen Thomas Cavendish met zijn scheepje Desire de haai bezocht; de overigen waren van honger en ellende omgekomen en wordt hun lot door den naam van de baai (hongersnoodbaai) in treurige herinnering gehouden. In deze zelfde Port Famine werd door Chili in 1843 eene strafkolonie opgericht, die te niet ging, toen eenige jaren daarna de gedetineerden den gouverneur, den pastoor en vele anderen vermoordden en de nederzetting verwoestten. Er werd een oorlogsschip afgezonden ter strafoefening. Met de Duitsche volkplanting te Punta Arena werd de strafkolonie verbonden; er werd garnizoen geplaatst. Lieden uit Chiloë, voor die volkplanting zeer geschikt geoordeeld, werden door het toestaan van bijzondere voorrechten uitgelokt om de nederzetting te vergrooten; er werden in de nabijheid steenkolen ontdekt, wat tot een nader onderzoek leidde; er vormde zich eene exploitatie-maatschappij dezer mijn; en thans is het eene niet onbelangrijke plaats, groot 1500 zielen, waaronder 100 soldaten en 80 bannelingen, welke kolonie in belangrijkheid zal toenemen, zoodra de geprojecteerde stoomsleepmaatschappij door de straat van Magelhaens zal zijn tot stand gekomen en de exploitatie van steenkolen daardoor nog meer bevorderd wordt, zooals thans de mailbooten veelal Sandy-Point aandoen om kolen in te nemen. Deze kolen zijn nu nog niet van eene beste kwaliteit, doch komen in den nood uitnemend te stade en verbeteren jaarlijks, naarmate de mijn ouder wordt. Daarbij wordt er te Sandy-Point veel ruilhandel gedreven met de Tehuelches, die huanacovleesch en -huiden, en struisvogelvederen en -vellen komen inruilen tegen suiker, koffie, zeep en tabak; aan gemunt geld hebben de inboorlingen geene behoefte, en de verkoop van sterke dranken is door het Chiliaansche gouvernement gestreng verboden. Van tijd tot tijd komen groote gezelschappen Indianen te Sandy-Point, veelal om huiden te ruilen. Zoo waren er 4 dagen voor onze komst een honderdtal gekomen en weder vertrokken, achterlatende 2 vrouwen ter bereiding en verzorging van huiden. Wij zagen deze welgebouwde menschen en gelooven gaarne wat wij vernamen