Naar inhoud springen

Pagina:Eene reis om de wereld (Hellema).djvu/76

Uit Wikisource
Deze pagina is gevalideerd

64

O. van kaap Froward. We waren een landtong gepasseerd, waarop honderden zeehonden zich in de zonnestralen koesterden. Onze ankerplaats is in de nabijheid van een klein eilandje, alwaar een paar doode boomen uitsteken, aan een van welke eenige plankjes zijn gespijkerd. Er wordt beproefd met een paar sloepen, vol matrozen en mariniers, te landen aan de vaste kust, om hout te kappen, tot eenig amusement; doch de steile oever, met scherpe steenen en kelp bezet, is ongenaakbaar, omdat het nog al waait, en voor het riviertje achter in de baai ligt eene bank, zoodat niets overblijft tot uitspanning der manschappen, dan te landen op dit eilandje, genaamd Sanchez en hier mosselen te rapen. Aan den boom wordt ook een plankje gespijkerd, waarop deze woorden: "Dutch man of war Curaçao, 26 January 1875" Op de overige 7 plankjes leest men: H. M. S. Nassau, January 1869; Vaudreuil 22 Sept. 1871; M. S. Richmond, Aug. 28 1873; left Boston Dec. 15 1873, Febr. 13 1874. Sch. H. Bluff, S. H. Merville; Peleomongo, Cangnez, Venpinossa, 3 Dec. 1874, C. L. Rodriguez. Peruana; H. M. S. Rocket 20 January 1875. — Tevergeefs wordt aan boord moeite gedaan om visschen of vogels te vangen. Van het eilandje worden eenige bloeiende struiken meegebracht.

Van uit de St. Nicolaasbaai hebben wij een heerlijk gezicht in het zuiden, over het kanaal, op de hooge bergen en pieken van de eilanden van Vuurland. Een dezer, de verste, Mont Sarmiento, omstreeks 7000 voet hoog, vertoont zich geheel wit. Lange rijen bergen, met piekvormige kammen, sluiten zich rechts en links aan dien berg en vertoonen uitgestrekte sneeuwvelden. De dalende zon werpt heldere strepen en donkere schaduwen op het witte veld. Verheven, majestueus schouwspel! In onze onmiddellijke nabijheid verheffen zich mede rotsgevaarten, doch grootendeels met geboomte begroeid; alleen de spitsen, 600 à 800 voet hoog, met sneeuw bedekt. Het is koud in de lucht, en toch zijn we hier in het hartje van den zomer. De wind is zuid en brengt koude aan: het ijzige zuiden.

 

Waarom is het Zuider-halfrond kouder dan het Noorder? Volgens J. Adhemar, die Revolutionen des Meeres, Leipzig 1843, is hiervan de oorzaak gelegen in het verschil van de lengte van herfst en winter in het noorden van die van het zuiden. Herfst en winter duren in het zuiden zeven dagen langer dan lente en zomer; in het noorden duren herfst en lente zeven dagen korter dan lente en zomer. De gezamenlijke tijd van herfst en winter is dus in het Zuider-halfrond 41 dagen langer dan in het Noorder-half-rond. Hierdoor is de jaarlijksche, gemiddelde temperatuur in het zuiden geringer dan in het noorden. Dit verschil in den duur der jaargetijden aan