Naar inhoud springen

Pagina:Eene reis om de wereld (Hellema).djvu/82

Uit Wikisource
Deze pagina is gevalideerd

70

31 Januari. Sedert drie dagen worden we op eene verontrustende wijze gekweld door hevige val-dwarrelwinden (williwaws). Terwijl de weersgesteldheid regenachtig en ruw is, de barometer sterk dalende, en ongetwijfeld in den nabijgelegen Zuider Oceaan stormen heerschen, waarvan de hoofdstroom over onze hoofden voorbijgaat, zijn het toch de afdwalende nevenstroomen van den stormwind, die ons het leven in Post Angosta zeer onaangenaam maken. Plotseling wordt het schip bewogen door den hevigen dwarrelwind, die een minuut lang, soms iets langer, aanhoudt en alles doet schudden en beven; het schip rukt met geweld in de kettingen en giert en zwaait, met groot gevaar om met het achterschip tegen de rotsen te stooten en de schroef te beleedigen. Steeds derhalve stoom op, om op het eerste teeken te kunnen draaien; — gedurig anker lichten, anker werpen, trossen op werpen voor- en achteruit brengen, voor- en achteruit stoomen, om het rukken in de ankerkettingen tegen te gaan bij het gieren van het schip, en het telkens eene betere plaats te geven, als de ankers zijn doorgegaan. De nachten, hoewel niet lang, zijn hier, in dezen kuil, stikdonker en vervullen ons met groote zorg. Gistermorgen brak er bij een hevigen williwaw een ankerketting. Terstond stoomen om vrij van de rotsen te komen, waardoor mede de tweede ketting brak. Gelukkig was het rustanker, dat den vorigen dag gevallen was, en weer opgehaald, doch nog niet bezorgd, gereed en werd dit op de goede plaats gebracht. Een der werpen met vollen tros ging ook verloren, omdat men den tros moest laten slippen. Zoo waren we twee van de vier ankers kwijt, en wel de zwaarsten, daarbij 55 vadem ankerketting, een stopanker van 500 kilo, nieuwen tros en eenige handlooden en loodlijnen. Welk eene verraderlijke kom! Het verlies van drie ankers in één oogenblik maakte op ons allen een zeer pijnlijken indruk. Diep werd de beteekenis van het anker voor het behoud van het schip gevoeld. Op den rotsgrond houdt het anker niet, of geraakt bekneld tusschen de steenen, terwijl de ketting stuk schuurt tegen het graniet. Ik wenschte deze verraderlijke plaats tegen den loyalen oceaan te verruilen!

 

Zoodra er gelegenheid was, gisteren, was men bezig om het stopanker op te visschen; 2 sloepen, met eene lijn, in 't midden door een paar kogels bezwaard, waardoor het gelukte om de boei te vangen, die door de kelp was onder water gesleept. Daarna was men bezig om naar de zware ankers te duiken. Een stoker was twee uur lang onder water; hij zag de kettingen; de man verhaalde mij, dat het beneden een even prachtig rotsgezicht was als van af het dek naar boven. Dit werk wordt heden vervolgd. De gebezigd wordende toestel, die van Rouquayrol-Denayrouse, bevalt zeer goed. Op een