Naar inhoud springen

Pagina:Erfgoeddecreet 7 mei 2004 (Belgisch Staatsblad, 9 juli 2004 p.54626-54635).pdf/1

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

54626
BELGISCH STAATSBLAD — 09.07.2004 — MONITEUR BELGE


GEMEENSCHAPS- EN GEWESTREGERINGEN
GOUVERNEMENTS DE COMMUNAUTE ET DE REGION
GEMEINSCHAFTS- UND REGIONALREGIERUNGEN



VLAAMSE GEMEENSCHAP — COMMUNAUTE FLAMANDE

MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP

N. 2004 — 2705 [C − 2004/36066]

7 MEI 2004. — Decreet houdende de organisatie en subsidiëring van een cultureel-erfgoedbeleid (1)


Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt:
Decreet houdende de organisatie en subsidiëring van een cultureel-erfgoedbeleid

TITEL I. — Algemene bepalingen

Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschaps- en gewest-aangelegenheid.

Art. 2. In dit decreet wordt verstaan onder: 1° cultureel erfgoed: materiële en immateriële betekenisdragers uit het verleden, die gemeenschappelijke betekenissen verkrijgen binnen een cultureel referentiekader;

2° zorg voor het cultureel erfgoed: het voor de gemeenschap bewaren en onderzoeken van het cultureel erfgoed;

3° ontsluiting van het cultureel erfgoed: het voor een breed publiek zichtbaar maken, het toegankelijk maken van de betekenissen van het cultureel erfgoed voor de gemeenschap en het voortdurend actualiseren van deze betekenissen;

4° gemeentelijk cultuurbeleidsplan: een beleidsplan als bedoeld in artikel 4 van het decreet van 13 juli 2001 houdende het stimuleren van een kwalitatief en integraal lokaal cultuurbeleid;

5° archiefdecreet: het decreet van 19 juli 2002 houdende de privaatrechtelijke culturele archiefwerking;

6° decreet houdende de intergemeentelijke samenwerking: het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking;

7° werkingssubsidie: een subsidie die toegekend wordt ter ondersteuning van de personeels- en werkingskosten voortvloeiend uit een structurele activiteit die een continu en permanent karakter vertoont;

8° projectsubsidie: een subsidie die toegekend wordt ter ondersteuning van een activiteit die zowel qua opzet of doelstelling als in de tijd kan worden afgebakend;

9° steunpunt: een facilitaire organisatie die een intermediaire rol vervult tussen het veld en de overheid met als belangrijkste taken: praktijkondersteuning, praktijkontwikkeling, beeldvorming en communicatie;

10° instelling van de Vlaamse Gemeenschap: een museum dat als zodanig wordt aangewezen door de Vlaamse regering.

Art. 3. § 1. Dit decreet heeft tot doel een cultureel-erfgoedbeleid uit te bouwen, met name vanuit een geïntegreerde aanpak een kwaliteitsvolle en duurzame zorg voor en ontsluiting van het cultureel erfgoed te stimuleren. Dit impliceert het verbreden van het maatschappelijke draagvlak en het uitbouwen van een netwerk van expertise.

§ 2. Hiertoe voorziet het decreet in erkenning en subsidiëring van musea, in de toekenning van subsidies voor de uitvoering van erfgoedconvenants, in subsidiëring van cultureel-erfgoedpublicaties en in subsidiëring van cultureelerfgoedprojecten.

Dit decreet regelt eveneens de opdracht en de subsidiëring van het steunpunt voor de musea, de archiefinstellingen, de bewaarbibliotheken, de documentatiecentra en de erfgoedconvenantswerking.

 

TITEL II. — Organisatie en subsidiëring van een cultureel-erfgoedbeleid

HOOFDSTUK I. — Musea

Afdeling 1. — Erkenning

Art. 4. § 1. Om erkend te worden en te blijven, moet een museum voldoen aan de volgende erkenningsvoorwaarden:

1° een permanente instelling zijn ten dienste van de gemeenschap en haar ontwikkeling toegankelijk voor het publiek, niet gericht op het maken van winst, die de materiële en immateriële getuigenissen van de mens en zijn omgeving verzamelt, beheert, behoudt, wetenschappelijk onderzoekt, presenteert en hierover informeert voor doeleinden van studie, educatie en genoegen. Instellingen als sciencecenters, planetaria, dieren- en plantentuinen, natuurmonumenten en bezoekerscentra komen niet in aanmerking;

2° beschikken over een museumwaardige collectie cultureel erfgoed;

3° een aan de inhoud van het cultureel erfgoed aangepast museaal concept hanteren en culturele en wetenschappelijke doelstellingen nastreven;

4° de verzamelfunctie, behoud- en beheerfunctie, de wetenschappelijke en de publieksgerichte functies, hierna de basisfuncties te noemen, vervullen en aan het cultureel erfgoed aangepaste, kwaliteitsvolle en dynamische werkvormen en -methoden hanteren;

5° opgericht of overgenomen zijn en beheerd worden door een publiekrechtelijke of een privaatrechtelijke rechtspersoon zonder winstgevend doel, hierna het bevoegde gezag te noemen;